De geschiedenis herhaalt zich niet

We leven in vreemde tijden. Enerzijds worden we om de oren geslagen met herdenkingen van WOI, met daarin meestal een sterke boodschap van ‘nooit meer oorlog’. Anderzijds is het een en al oorlog en oorlogsretoriek wat de klok slaat. Veel van die oorlogen zijn gedeeltelijk bovendien het rechtstreeks gevolg van wat er zich in en rond WOI afspeelde, of zijn er alleszins sterk door getekend. Dat geldt voor zowat alle conflicten in het Midden Oosten, het conflict in Palestina niet uitgezonderd.

Herdenken om niet te herhalen?

Wat voor zin hebben herdenkingen en een historische blik wanneer we ze in die hedendaagse context plaatsen? In gelegenheidsspeeches van de betrokken hoogwaardigheidsbekleders heet het meestal dat we moeten ‘leren uit de fouten van het verleden’ en dat we er moeten voor zorgen dat ‘de geschiedenis zich niet herhaalt’. Maar welke boodschap geef je daarmee? Over welke – en wiens – fouten hebben we het dan precies? En welk specifiek mechanisme mag zich niet herhalen? De usual suspects hier zijn uiteraard het nationalisme, de bewapeningswedloop en de moordende economische competitie tussen Europese natiestaten, zowel binnen als buiten Europa. Door dit echter te reduceren tot ‘herhaalbare fouten’ wordt de complexiteit van dat historische tijdsgewricht fundamenteel onderschat. De schijn wordt gewekt dat de oorzaken kunnen worden toegeschreven aan de keuzes van de elites van toen, die miljoenen soldaten ‘de dood injoegen’.

Ver van mij om die keuzes te vergoelijken uiteraard, maar is de impliciete boodschap van de politieke verantwoordelijken achter de herdenkingen niet dat zij die fouten vandaag niet aan het maken zijn? Wordt niet gesuggereerd dat het nu anders is, dank zij de VN, de EU en het bestaan van allerlei twintigste-eeuwse internationale verdragen en handvesten? Het zou wel eens kunnen dat de herdenkingen in realiteit meer bijdragen aan het moreel prestige van Westerse elites dan aan wereldvrede in de nabije toekomst.

In dat verband doet het in 2012 geopende Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten Kazerne Dossin het beter. In de permanente opstelling daar worden keuze en betrokkenheid immers expliciet gethematiseerd. De rode raad doorheen de tentoonstelling is de vraag waarom sommige lokale politici, ambtenaren en politieagenten wel en anderen niet hebben meegewerkt aan de vervolging en deportatie van Joden. Positief daaraan is dat het de bezoeker uit zijn comfortzone probeert te halen en doet nadenken over keuzevrijheid en de rekbaarheid van ethische principes. In de ijver om de keuzes van gewone mensen uit WOII te koppelen aan de leefwereld van de bezoeker wordt echter de bejegening van Joden en zigeuners voor en tijdens WOII op één lijn geplaatst met pesten op de werkvloer vandaag. De mechanismen die gewone mensen actief of passief deden meewerken worden bovendien gereduceerd tot universele categorieën als groepsdruk en het zondebokprincipe.

Tot op zekere hoogte bestaan er inderdaad diep-menselijke sociaal-psychologische mechanismen die keer op keer terugkeren, maar het is duidelijk dat historisch inzicht ook hier uiteindelijk overbodig wordt. En dat is ook het geval in de huidige opstelling in het In Flanders Field Museum, waarin sterk wordt gefocust op de arme soldaat als willoos slachtoffer van een moordzuchtige oorlogsmachine, die grotendeels buiten de slachtoffers lijkt te staan. Iedereen slachtoffer, behalve een handvol gekroonde hoofden met expansieve economische en politieke ambities. Als tegengewicht hamert Sophie De Schaepdrijver momenteel sterk op het feit dat er ook veel vrijwilligers aan het front vochten en dat velen de oorlog niet als zinloos zagen, maar naar het front trokken in de overtuiging dat ze voor een goede zaak streden.

De logica van het verleden

Aan de echte rol van geschiedenis wordt in de meeste herdenkingsinitiatieven met andere woorden geen recht gedaan, eerder integendeel. De klemtoon op keuze en herhaalbaarheid stelt historische structuren en ontwikkelingen net in de schaduw, terwijl een beter begrip daarvan ons verder zou brengen dan holle frasen als ‘nooit meer oorlog’.

In mijn ogen herhaalt de geschiedenis zich niet. Dat zou immers betekenen dat het verleden er uiteindelijk niet toe doet, en dat is zowel voor WOI als voor de huidige conflicten in het Midden-Oosten niet het geval. Zonder hier verder op de oorzaken van WOI in te gaan, is het duidelijk dat die niet te herleiden zijn tot de hebzucht en expansiedrift van een kleine elite, noch tot abstracte concepten als nationalisme en imperialisme. Zowel de politieke verantwoordelijken als de soldaten aan het front zaten gevangen in complexe en gelaagde historische structuren, gaande van ideologieën en mentaliteiten, over demografische en sociaal-economische ontwikkelingen en padafhankelijke politieke instellingen en mechanismen tot en met internationale verdragen en dynastieke verwikkelingen. Hetzelfde geldt voor de conflicten in het Midden-Oosten vandaag, die vragen om inzicht in de lange termijngevolgen van het kolonialisme en het imperialisme, lokale politieke, culturele en demografische ontwikkelingen, Westerse visies op het Midden Oosten en de Islam, ontwikkelingen in het internationaal recht en, last but not least, de politieke gevolgen van WOI en latere oorlogen in het Midden Oosten zelf. In geen van beide gevallen is de lijst exhaustief.

Wie geschiedenis echt een rol wil laten spelen in de ontwikkeling van een betere wereld, dient het verleden in al zijn complexiteit te zien. Dat is uiteraard gemakkelijker gezegd dan gedaan. In en rond Jeruzalem zoeken archeologen van beide zijden naar vroege sporen van bewoning om het recht van de eigen groep op de heilige plaatsen te ondersteunen. Vanuit Joods perspectief wordt zo onder meer geargumenteerd dat de Joodse bevolkingsgroepen Jeruzalem nooit verlaten hebben na de Joodse oorlog in het jaar 70, en dat veel Palestijnen bijgevolg gedeeltelijk van Joden afstammen. 1 Beter doen de zogenaamde ‘new historians’ in Israël, die de officiële geschiedenis trachten te herschrijven door ook de verantwoordelijkheid van Israël in beeld te brengen. Maar hun debatten verzanden vaak in een welles-nietes-discussie over wie wanneer precies in het verleden het recht aan zijn kant had en over wat er ‘werkelijk’ gebeurd is. Of er wordt gedebatteerd over wat de werkelijke intenties waren van ‘de Britten’, ‘de Zionisten’ of ‘de Arabieren’. 2 Dit wekt dan weer de indruk dat er een objectieve waarheid bestaat en dat de andere partij en/of de internationale gemeenschap daar enkel nog van overtuigd moet worden. Als de geschiedenis één ding aantoont, dan is het wel dat dat doorgaans niet zo goed lukt.

Objectiviteit en openheid

De meeste sociale en humane wetenschappers moeten er vandaag niet van overtuigd worden dat objectieve waarheid niet bestaat. Elke geschiedschrijving is politiek gekleurd of vertrekt alleszins vanuit een specifiek en tot op zekere hoogte subjectief perspectief. De objectieve waarheid achterhalen en daar de juiste keuzes uit afleiden, kan dus evenmin het doel zijn. Zelfs een beter inzicht in intenties brengt niet altijd heil, aangezien de geschiedenis voor een groot deel ook bepaald wordt door onbedoelde gevolgen. Hoe moet het dan wel? Eén manier is om als historicus/a aan de kant van de verliezers van de geschiedenis te gaan staan en de verhalen te vertellen die de journaals, de kranten en de geschiedenisboeken niet halen. Zo kan de geschiedenis worden verteld van de pacifisten uit WOI, de dienstweigeraars in Israël, of de gekoloniseerde bevolkingsgroepen die tegen hun wil de oorlog werden ingesleurd. Dat laatste heeft het In Flanders Field Museum geprobeerd in de tentoonstelling (en documentaire) ‘Mens Cultuur Oorlog’ in 2008.

Een daarmee verwante manier is de heersende machtsconstellaties en de dominante vertogen blootleggen en – op die manier – ontmaskeren. Effectiever dan zoeken naar een objectieve waarheid lijkt mij inzicht te verlenen in wiens waarheid op een gegeven ogenblik wordt geloofd en waarom. Daaruit kunnen vervolgens politieke conclusies worden getrokken zonder evenwel te claimen dat ze ‘objectief’ zijn. In de tentoonstellingssfeer kan opnieuw een voorbeeld van het In Flanders Fields Museum gegeven worden, waar in 2002 de rol van media en propaganda in twintigste-eeuwse oorlogen werd gethematiseerd in de tentoonstelling ‘Deadlines’.

Dergelijke initiatieven hebben hun verdienste, maar ze kunnen onmogelijk de complexiteit van de geschiedenis vatten. En net daar is in mijn ogen nood aan. Zelf laat ik me daarom vooral inspireren door de visie op geschiedschrijving van William Sewell Jr. zoals uiteengezet in het briljante boek Logics of history. Voor Sewell zijn historische gebeurtenissen fundamenteel ingebed in lange termijn structuren, die zowel sociaal-economisch als cultureel van aard zijn. Oorlogen of opstanden zijn daarmee echter niet tot die structuren te herleiden. Niet alleen zijn er steeds verschillende oorzaken aan het werk, elke gebeurtenis is ook ‘radicaal contingent’, dat wil zeggen onherleidbaar tot zowel specifieke structurele ontwikkelingen en/of een geheel van individuele keuzes. Hoewel deel van structurele ontwikkelingen en machtsconstellaties is elke historische gebeurtenis bovendien uniek en onherhaalbaar. Elke historische gebeurtenis verandert de structuren zelf immers weer op een onomkeerbare manier. Sewell spreekt in dat verband van een ‘eventful sociology’ – een sociologie met gebeurtenissen. Hij pleit voor een brede sociale wetenschap die oog heeft voor zowel structuren als padafhankelijkheid – dus voor de idee dat keuzes vandaag zijn beïnvloed door in het verleden gemaakte keuzes.

Zo’n wetenschappelijke benadering is allicht moeilijker te koppelen aan politiek engagement of nog maar aan politieke relevantie. Maar de meerwaarde van sociale en humane wetenschappen – waaronder geschiedenis – bestaat in mijn ogen uit de fundamentele twijfel die er de basis van vormt. Wat wetenschap onderscheidt van het grote gelijk dat leidt tot oorlog is het besef dat elke waarheid voorlopig is en ter discussie staat. Historisch onderzoek moet met andere woorden aanzetten tot bescheidenheid, tot het besef dat de impact op de geschiedenis van beleidsmakers relatief klein is en – misschien vooral – tot een grotere openheid voor interpretaties en visies van anderen. Dat laatste is wellicht het voornaamste oorlogs-antidotum van allemaal.

Notes:

  1. Dit wordt gethematiseerd in de controversiële documentaire ‘Jerusalem: an Archaeological Mystery Story’.
  2. Zie bijvoorbeeld http://www.solidarity-us.org/node/3280.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *