Meer van hetzelfde werk

Zoals te verwachten was krijgt het kersverse regeerakkoord tegenwind van linkse en centrumlinkse oppositiepartijen en opiniemakers, maar één element lijkt wat aan de aandacht te ontsnappen, namelijk de geplande gemeenschapsdienst voor langdurig werklozen, dat ook reeds in het Vlaamse regeerakkoord ter sprake kwam. Brengt deze maatregel een nieuwe visie op werken of gaat het om meer van hetzelfde?

Op het eerste gezicht past het in een simpel verhaal van voor-wat-hoort-wat: wie financiële steun krijgt van de gemeenschap kan worden gevraagd daar iets voor terug te doen. Optimisten kunnen er bovendien een revolutionair nieuwe benadering van arbeid in zien, waarbij niet gewerkt wordt voor een loon of persoonlijke materiële welvaart, maar in dienst van een bredere gemeenschap. Hoe mooi zou dat niet zijn? In het regeerakkoord wordt het echter netjes gekaderd in trajectbegeleiding en activering. Letterlijk staat er: ‘De gemeenschapsdienst moet worden ingepast in een traject naar werk.’ De andere maatregelen in verband met werk en loopbaanontwikkeling geven bovendien voorrang aan competitiviteit eerder dan het welzijn van de bredere gemeenschap. Ik denk dan onder meer aan het voornemen om het loonsysteem meer prestatiegericht te maken – aangepast aan de competenties en de productiviteit.

De grootste tegenstanders van de maatregel, de vakbonden, geven jammer genoeg eveneens blijk van een zeker onvermogen om arbeid anders te denken. Ze werpen op dat het bij gemeenschapsdiensten niet gaat om volwaardig werk en dat er geen volwaardig loon tegenover staat. Op die manier halen ook zij gemeenschapsdienst uit de sfeer van het leveren van diensten aan de bredere gemeenschap, vergelijkbaar met bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, en contrasteren het daarentegen met een ‘passend werkaanbod’ en volwaardig werk voor iedereen. Werkgevers en vakbonden beperken arbeid daarmee allebei tot het kader van de reguliere arbeid – hetzij op een (gecorrigeerde) vrije markt, hetzij in dienst van de overheid of door de overheid gefinancierde of gereguleerde instellingen.

Behalve voor ondernemers is arbeid per definitie loonarbeid geworden. En werkloosheid is daar het spiegelbeeld van, zoals een aantal Franse economen en sociologen in hun boek L’invention du chômage hebben benadrukt. ‘Werkloos’ is het negatief van de categorie werk zoals die in het onderhandelingsproces tussen werkgevers en werknemers is tot stand gekomen vanaf de laatste decennia van de negentiende eeuw. De oplossing van de negentiende-eeuwse ‘sociale kwestie’ bestond in een akkoord waarin werkgevers zouden zorgen voor volwaardig werk en volwaardig loon en de overheid – via sociale bijdragen – voor een opvangnet in tijden van de uitzonderingssituatie, namelijk niet-werken – hoe zinvol iemands activiteiten voor de rest verder ook zijn. Dit proces kende een versnelling vanaf de jaren dertig, toen het Keynesiaanse ideaal van volledige tewerkstelling vorm kreeg. Door de toetreding tot de arbeidsmarkt van vrouwen vanaf de jaren 1960 en 1970 is het proces in het laatste kwart van de vorige eeuw nagenoeg volledig voltooid. Vandaag is niet werken zo goed als synoniem van ‘beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt’.

In heel dit proces is werken steeds verder afgedreven van een bezigheid gericht op een gemeenschap of een activiteit met het oog op een breder nut. Wie vraagt zich nog af wat er intussen eigenlijk geproduceerd wordt en wat daarvan de sociale meerwaarde is? Mocht dat het doel van de geplande maatregel zijn, zou er in de kiem werkelijk verandering op til kunnen zijn. Maar daar ziet het dus niet naar uit. Het probleem is echter niet zozeer het idee van de gemeenschapsdienst voor langdurig werklozen op zich, maar wel het uitblijven van een maatschappelijk appel aan ondernemingen, die in tegenstelling tot de langdurig werklozen niet aangesproken worden op wat hun activiteiten precies voor de gemeenschap opleveren. Althans, de vraag wordt wel gesteld maar ondernemers komen er vanaf met vrijblijvende verwijzingen naar – ironisch genoeg – ‘het creëren van werk’.

In de praktijk wordt die belofte steeds minder waargemaakt. Ondernemers slagen er niet in om een voldoende groot en gevarieerd aanbod aan zinvolle arbeid te creëren. En zelfs wie aan de bak komt, heeft het steeds moeilijker. Elke ouder met schoolgaande kinderen weet hoe groot de druk op kinderen al van in het lager onderwijs is, om enkel maar toe te nemen naarmate ze opgroeien. In het licht daarvan is het inderdaad tijd om niet alleen werkzoekenden maar ook werkgevers te wijzen op hun verantwoordelijkheid voor de bredere gemeenschap, om te beginnen voor het lot van laaggeschoolden, ouderen, andersvaliden of mensen die om wat voor reden dan ook niet aan de bak komen.

We moeten echter verder durven gaan. In mijn ogen is het tijd om op een veel fundamenteler niveau na te denken over de relatie tussen ondernemen, arbeid en gemeenschap. We slagen er enkel nog in arbeid te zien als iets waar een betaling tegenover staat en wat materiële rijkdom en consumptieartikelen oplevert. In die zin is het op zich misschien niet verkeerd om na te denken over werk ten dienste van de gemeenschap, maar het smalle en eenzijdige kader van waaruit het nu gebeurt werpt enkel maar wat licht op de tunnel waarin we zitten.

 

5 thoughts on “Meer van hetzelfde werk”

  1. Het is inderdaad niet verkeerd om daarover na te denken…

    En heb je ook zicht op dergelijke denkoefeningen? Wat zijn de pistes in deze richting? Ben je in je research voor deze post op interessante ideeën gestoten?

  2. Beste,
    Ik vind dat de tekst de goede vragen stelt. Twee zaken wil ik wel aanduiden: u gebruikt “andersvaliden” – dat is een woord uit vorige eeuw. Beter is te spreken over personen met een #handicap of #beperking. Verder is in deze discussie het loskoppelen van gemeenschapsdienst van inkomen voor mensen met een #handicap een gevaarlijke ingang. Mensen met een #handicap zijn altijd een “beetje” afhankelijk voor (een deel van) hun inkomen en ondersteuning van de ruimere samenleving. En ze mogen ook in deze situatie niet afgerekend worden op hun #handicap. De antwoorden zijn dus net iets moeilijker dan de vragen.

    1. Bedankt voor de reacties, waar ik enkel maar akkoord mee kan gaan. Het is inderdaad gemakkelijker de vragen op te werpen dan antwoorden te formuleren. En voor mensen met een beperking, is de denkoefening inderdaad heel delicaat. Maar we komen er nog op terug.
      Vriendelijke groet,
      bert

      1. Mooi, maar een socio-economische benadering is slechts een deel van het verhaal. Indien het debat wordt opengetrokken naar de psychologische en criminologische meerwaarde van gemeenschapsdienst krijgen we een ruimer beeld van het mogelijk nut ervan. Een langdurig werkloze heeft te kampen met een reeks vooroordelen en krijgt willens nillens een laag gevoel van eigenwaarde en dat verbetert niet met de tijd. Er zullen daarover wel ergens onderzoekscijfers te vinden zijn, maar we mogen aannemen dat het tegenovergestelde, nl. een groot gevoel van meerwaarde, nauwelijks bestaat. Denk aan de schaamte van de ontslagen man die doet alsof hij alle dagen nog naar zijn werk vertrekt, maar in een bibliotheek gaat zitten en zijn boterhammen eet in het park; “in between jobs”. Aan de langdurig werklozen de mogelijkheid geven om zich nuttig te maken, zelfs indien in een eerste tijd daaruit weinig economische productiviteit ontstaat, geeft hen de gelegenheid er “bij te horen” en zal overcompensatie, vertaald in asociaal en in ‘t slechtste geval crimineel gedrag, verminderen. Deze psychologische etappe is onontbeerlijk voor de volgende: een socio-ecomische (her)integratie. Indien enkelen dit zouden aanvoelen als “slavenarbeid”, dan is er wel werk aan de winkel. België komt terug van “alles is gratis” – denk aan “de Lijn” – dit kan psychologisch voorzichtig worden toegepast op “steungeld”, uit welke kas het ook komt. Dat er een link bestaat tussen armoede en vermogensdelicten is afdoende bewezen, maar dat er een correlatie bestaat tussen low self esteem en geweldscriminaliteit ook. De genese van straatbendes (studies bij de vleet) ligt voor een stuk bij het trachten ergens bij te horen en respect af te dwingen, uit de verveling geraken, geen underdog willen zijn. Deze mensen, bij wijze van boutade van de straten en de pleinen halen en hen een stuk eigenwaarde teruggeven is een een win-win situatie.

Laat een reactie achter op bart Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *