Het echte mysterie van Jack the Ripper

Je moest het de voorbije dagen weliswaar gaan zoeken in de kleine kolommen, maar niettemin rapporteerden enkele kranten deze week dat eén van de meest bedenkelijke headlines van afgelopen zomer een voorspelbaar staartje krijgt. Die kop dateerde van begin september en vond haar weg van de Engelse tabloids naar onze eigen kwaliteitspers. “Jack the Ripper was een Pools immigrant” zo schreef De Standaard op 7 september.

De Redactie was iets minder zeker van haar stuk, en stelde de titel in vraagvorm: “Was Jack the Ripper een Poolse immigrant met joodse roots?” Ook the Guardian hield nog enigszins een slag om de arm met “Jack the Ripper was Polish immigrant Aaron Kosminski, book claims.” De Morgen liet zich echter net zo min als De Standaard onbetuigd, en kopte stellig “DNA onthult identiteit na 126 jaar.” Dat eerdere berichten als “Seriemoordenaar Jack the Ripper was een vrouw” (DM, 09/05/12) daarmee enigszins aan waarheidsaanspraak moesten inboeten, nam men er op de redactie wellicht voor lief bij.

Het verhaal in kwestie vond haar oorsprong bij zakenman Russel Edwards, die in 2007 op een veiling de sjaal op de kop kon tikken die in 1888 bij het lichaam van Ripper slachtoffer Catherine Eddowes werd gevonden. Edwards zette zich aan de slag, liet de DNA-sporen op de sjaal analyseren door een Finse onderzoeker, en schreef er een boek over, getiteld “Naming Jack the Ripper.” Het sensationele nieuws dat de DNA-analyse van de sjaal onmiskenbaar de Pool Aaron Kosminski als dader aanduide, werd verkocht aan de tabloid The Mail on Sunday en luidde de lancering van het boek spectaculair in. En de internationale media, die kirde lustig mee. Een wereldberoemde historische whodunit die populistische cliché’s bekrachtigt met behulp van de nieuwste wetenschappelijke methodes: wat wil men nog meer?

Dat de bewijslast lekker was dan een vergiet (een sjaal die 120 jaar lang onbeschermd tentoon gesteld werd, lijkt een weinig betrouwbare bron van DNA-stalen) was geen bezwaar. Tot The Independent dit weekend bekend maakte dat een fout in de DNA-analyse zelf de hele interpretatie ondermijnt. Terug naar af dus: de identiteit van Jack the Ripper is helemaal niet bekend – ook al ziet het er niet naar uit dat lezers van De Standaard of De Morgen met een rechtzetting verveeld zullen worden. Wellicht duurt het tot de kwaliteitsmedia volgend jaar uitpakken met het nieuws dat Jack the Ripper weer – ditmaal écht zeker – iemand anders was, vooraleer de arme Kosminski vrijuit gaat.

De buitensporige aandacht waarop het doorzichtige commerciële manoeuvre van Russel Edwards kon rekenen, zegt niet alleen iets over de staat van onze copy-paste media. Het zegt ook wat over onze blik naar het verleden. Het gemak waarmee categorieën als criminaliteit, immigratie en Oost-Europa onderling verbonden worden en een tijdloos karakter toebedeeld krijgen, bijvoorbeeld. Alle superlatieven over de grootsheid van het mysterie ten spijt, werd bitter weinig moeite gedaan om de moorden van Jack the Ripper in hun context te plaatsen, te duiden, of te begrijpen. Over het stedelijk weefsel, de sociale structuur, het denken over seksualiteit en het voorkomen van criminaliteit in Victoriaans London geen woord. Maar een Poolse immigrant, of die nu in de 21ste of in de 19de eeuw leefde, daar kunnen we ons wel wat bij voorstellen. En zo wordt het verleden de spiegel van ons eigen bekrompen denken. Zo kan het ten hoogste cliché’s en vooroordelen weerkaatsen en bij gratie daarvan nog eens extra belichten.

Het echte mysterie van Jack the Ripper is niet de ‘ware identiteit’ van de man die vijf slachtoffers maakte in het Londen van de jaren 1880. Een groter mysterie is het gemak waarmee vooroordelen en wantrouwen op basis van afkomst ook na 120 jaar verkopen als zoete broodjes, en daarbij (onverwachte) bondgenoten vinden bij de autoriteit van moderne wetenschap en de vluchtigheid van onze media.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *