Het goede leven als technologisch ontwerp

Met zijn meest recente boek Op de vleugels van Icarus: hoe techniek en moraal met elkaar meebewegen bekent de Nederlandse techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek zich tot het vooruitgangsdenken dat heden ten dage floreert. Eerder dan een innovatie als de Googlebril, prenatale diagnostiek of de zelfrijdende auto te beoordelen in termen van zwart of wit, wijst Verbeek immers telkens op de veelkleurige mogelijkheden die deze nieuwe technologieën openen om het goede leven actief vorm te geven. Wil de ethiek zichzelf niet langer veroordelen tot een gevecht in de achterhoede van technologische evoluties die al lang een feit zijn, zo luidt zijn centrale betoog, dan dient ze zich dringend te buigen over de vraag wat voor technologisch leven we willen leiden. Verbeeks ‘possibilistische’ insteek is een ware verademing in het gespleten technologiedebat waar utopische innovatieriedels de strijd aangaan met apocalyptische doembeelden. Alleen stelt zich uiteindelijk de vraag of Verbeeks vooruitgangsdenken niet al te mak meebeweegt met de techniek.

Veeleer dan technologie te beoordelen vanuit een bepaald ethisch kader wil Verbeek ‘van binnenuit’ begrijpen hoe technologie vorm geeft aan onze wereld. In zijn op de fenomenologie geïnspireerde mediatietheorie wordt over de relatie mens-technologie-wereld nagedacht in termen van bemiddeling. Prenatale echoscopie, dat in dit boek een paradigmatische rol krijgt toebedeeld, illustreert dit idee heel treffend. Enerzijds bemiddelt deze technologie in de manier waarop toekomstige ouders hun ongeboren kind ‘ervaren’. Zo geeft een echografie vorm aan de foetus als een van de moeder onafhankelijk kind; het laat ons zijn of haar voetjes zien, het toont ons een persoon om van te houden en voor te zorgen. Daarnaast stelt diezelfde echografie de foetus ook beschikbaar als medisch patiënt in termen van lengte, gewicht, hartslag en kans op eventuele afwijkingen zoals het syndroom van Down. Binnen het relationele subject-objectschema dat Verbeek uitwerkt heeft deze hermeneutische dimensie van technologische bemiddeling onvermijdelijk een existentiële tegenhanger. Zo bemiddelen deze tests anderzijds ook in de wijze waarop toekomstige ouders in de wereld staan. Daar waar de moeder vroeger negen maanden het alleenrecht had over het leven in haar buik wordt de vader nu een vervroegd bestaansrecht toebedeeld. Op haar beurt wordt de moeder in toenemende mate gezien als ‘leefomgeving’, getuige daarvan de strengere blik die arts én maatschappij werpen op de levensstijl van toekomstige moeders.

Foucauldiaanse vrijheid 
Cruciaal voor Verbeek is dat deze benadering onvermijdelijk de vraag opwerpt welk moreel subject vorm krijgt in technologische bemiddelingsrelaties. Zo argumenteert hij overtuigend dat echoscopie toekomstige ouders ook tot morele actoren aanstelt. Niet alleen worden ouders verplicht om te kiezen of ze de test al dan niet willen laten uitvoeren, het is de prenatale test zelf die vorm geeft aan eventuele keuzemogelijkheden: ouders gaan over hun ongeboren kind nadenken én beslissen in termen van procentuele kansen en medische afwijkingen. Op het eerste zicht kan men geneigd zijn te denken dat dit de discussie terugvoert tot een keuze voor of tegen prenatale tests. Maar dat zou voorbijgaan aan Verbeeks cruciale inzicht dat een dergelijke beslissing op zich al een technologisch bemiddelde keuze is: het is slechts één van de vele manieren waarop mensen bewust kunnen omgaan met de technologieën die hen maken tot wie ze zijn. Het is net door te proberen greep te krijgen op de verschillende wijzen waarop een technologie zoals echoscopie ons als moreel subject vormgeeft dat we er de nodige afstand toe kunnen ontwikkelen om zo die bemiddelde subjectiviteit actief mee vorm te geven. Zo kan men er ook bewust voor kiezen om echoscopie enkel te gebruiken om de geboortedatum en het geslacht te bepalen zonder informatie in te winnen over de breedte van de nekplooi.

Met deze en andere voorbeelden laat Verbeek overtuigend zien hoe de moderne technologie ons ertoe noopt ons moreel begrippenkader op te rekken, te beginnen met het klassieke vrijheidsbegrip. Nu we zo intens vervlochten zijn met onze computers, smartphones en online profielen, kan je al helemaal niet meer zeggen dat we ‘los’ staan van de ons omringende wereld van technische apparaten. We zijn onze technologie. Op dit punt aangekomen maakt Verbeek een heel mooie link met het latere werk van Michel Foucault. Vrijheid, zo argumenteert Verbeek in navolging van de Franse denker, moet niet zozeer begrepen worden als de afwezigheid van invloeden die het subject inperken maar eerder als de mogelijkheid om zich te verhouden tot dat wat hem bindt. En zo verschuift de focus van de kwestie ‘hoe moreel te handelen?’ naar die van het morele zelfontwerp: ‘hoe onderwerpen we ons actief aan de technologieën die ons maken tot wie we zijn?’ En in ‘onderwerpen’ dienen we uiteraard de Latijnse link met het woord ‘subject’ te lezen. Wie we zijn geven we vorm met behulp van onze technologie. Net als Icarus. En net als bij de vlucht van deze mythologische held bestaat de kunst van het goede technologische leven in het aanhouden van een gepaste hoogte. Net zomin als we ons aan de grond mogen laten houden door technofobische vliegangst mijden we best ook de ijle lucht van het techno-utopisme.

Politieke ongevoeligheid
In een laatste stap tracht Verbeek ook te laten zien hoe zijn inzichten actief kunnen worden aangewend om bepaalde morele bemiddelingen bewust in te bouwen in technologieën. Aan de hand van recente voorbeelden van ambient intelligence (denk aan het slimme huis dat ons in het vooruitzicht wordt gesteld) en persuasive technology (denk aan het geluidje in de auto dat je overtuigt je gordel om te doen) pleit Verbeek er voor om ethici een ‘R&D-positie’ te laten innemen door hen mee te laten denken met ingenieurs en designers en op die manier ethische bekommernissen van bij het ontwerp in te bouwen. Het dient gezegd, in tijden van versnelde technologische evolutie komen filosofische en ethische beschouwingen al te vaak een oorlog te laat. En hier ligt ook de grote verdienste van dit boek. In dialoog met vooraanstaande denkers laat Verbeek heel overtuigend zien waar filosofie in onze hoogtechnologische tijden een verschil kan maken. Alleen slaagt hij er niet echt in om de kritische ruimte die hij met zijn fenomenologische gereedschapskist zorgvuldig heeft uitgehouwen ook daadwerkelijk in te vullen. Hoe rijk en fijnzinnig zijn fenomenologische analyses van concrete technologieën in hun gebruikscontext altijd weer zijn, ze missen een vorm van politieke gevoeligheid. Zo lijkt de technologisch gemedieerde wereld die Verbeek in dit boek beschrijft zich in een ideologisch vacuüm op te houden. Alsof, om maar iets te zeggen, ontwerpbureaus geen deel uitmaken van bedrijven die op hun beurt ingebed zijn in een geglobaliseerde en geliberaliseerde economie. En alsof technologische toepassingen niet terechtkomen in een gevestigde maatschappelijke orde die bepaalde vormen van zelfontwerp faciliteert en andere verhindert. Binnen zo een politiek ongevoelig wereldbeeld zou de moraal wel eens heel mak kunnen gaan meebewegen met de techniek. Zo is het allesbehalve denkbeeldig dat samen met het verder ingeburgerd raken van allerhande prenatale diagnostiek het grootbrengen van een kind met een medische afwijking in de toekomst als immoreel zal worden beschouwd.

En zo vormt de fenomenologie niet alleen Verbeeks inspiratiebron, tegelijk creëert ze ook de blinde vlek die dit boek kenmerkt: het politieke. In zijn pragmatische drang vooruit lijkt hij niet langer te zien dat bepaalde technologieën wel degelijk een bepaalde ideologische invulling hebben gekregen. Zo gebruikt hij onverminderd en op het drammerige af positief geladen taal waar hij het heeft over hoe technologieën mee vorm ‘helpen’ geven aan morele subjecten. Maar het is niet omdat je iets blijft herhalen dat het ook zo is. Dat technologische hulp ook ongewenst kan zijn weten we sinds de privacy-kwestie maar al te goed. Eten, boodschappen doen, autorijden, zich informeren: het kan zogezegd allemaal gezonder, milieubewuster en efficiënter met de app op maat. Alleen stelt zich de vraag, even existentieel als politiek, welk hoger doel die digitale optimalisering van onze levenssfeer moet dienen. In Silicon Valley menen ze het antwoord alvast gevonden te hebben. En daar hadden ze geen filosoof bij nodig.

Dit stuk is een herwerkte versie van de boekrecensie die is verschenen in het septembernummer van Ethische Perspectieven

 

microsoft office project professional 2007 sp2 activation key hot sale online!buy your genuine microsoft office project professional 2007 sp2 product key with cheapest price Office Project Professional 2007 SP2 Key
does anyone know where I can download microsoft office project standard 2007 Microsoft Office Project Standard 2007 Key
here are some product keys for microsoft office 2007 professional which are fully 100% working Microsoft Office Professional 2007 Key
still using microsoft office 2007?download with a microsoft office 2007 product key,compare office 2007 to office 365 and get support for office products Office Standard 2007 Key
needed to reset my laptop back to factory settings.unable to locate product key for office enterprise 2007 is there any way to retrieve that info Microsoft Office 2007 Enterprise Key

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *