Gezinssteun > kinderbijslagen

Kinderbijslagen staan sinds de verkiezingscampagne weer in het middelpunt van de belangstelling. De nieuwe Vlaamse regering zegt er in haar regeerakkoord het volgende over:

De bevoegdheidsoverdracht van de gezinsbijslagen geeft ons de kans om het stelsel grondig te vereenvoudigen. Omdat we vinden dat elk kind gelijk is, geven we een gelijke basiskinderbijslag. We schaffen de rangorderegeling en leeftijdstoeslag af, behouden een toeslag voor kinderen met bijzondere zorgnoden en voor wezen, en voeren een sociale toeslag in voor kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen, waarbij we rekening houden met de gezinsgrootte.

Het publieke debat over kinderbijslagen is wenselijk, ze zijn een belangrijke, en voor velen onmisbare, financiële ondersteuning. Jammer dat we een groot deel van die steun onbelicht laten. Het feit dat het debat zich slechts toespitst op kinderbijslagen en niet op alle andere vormen van gezinssteun is tekenend voor de grote versnippering van het beleid.

Kinderbijslagen zijn veruit het belangrijkste instrument voor financiële steun aan gezinnen: zo’n 63% van alle gezinssteun (waarover ik budgettaire informatie kon vinden). De overige 37% wordt verdeeld via andere kanalen, waarvan de fiscaliteit de belangrijkste. In de figuur hieronder geef ik een opdeling van die gezinssteun per instrument weer.
gezinssteunHet berekende aandeel van kinderbijslagen is een bovengrens, voor de maatregelen hieronder ben ik er nog niet in geslaagd de budgettaire omvang te berekenen:

  • De verhoogde sociale uitkeringen voor gezinnen;
  • De korting voor gezinnen met drie of meer kinderen & korting voor kinderen voor het openbaar vervoer;
  • De aangepaste sociale leningen en korting op de huurprijs van sociale woningen.

Ik probeer u er graag van te overtuigen dat het glas 1/3e leeg is, niet 2/3e vol. Er zijn volgens mij drie grote problemen.

Ten eerste is, ondanks alle retoriek over het groeperen van verantwoordelijkheden, Vlaams Minister van Gezin, Jo Vandeurzen, maar bevoegd voor een deel van de (financiële) steun aan gezinnen. Het overige deel bevindt zich bij andere ministers (en hun administraties), en zelfs bij andere bestuursniveaus. We kunnen uit bovenstaande figuur afleiden dat vooral Financiën een erg belangrijke rol speelt in het Belgische gezinsbeleid. De versnippering bemoeilijkt niet alleen een coherent gezinsbeleid, maar ook de controle erop. De complexiteit staat transparantie in de weg en verzwakt de kwaliteit van het publiek debat.

Een opvallend gevolg daarvan is dat er onopgemerkt belangrijke inconsequenties in het beleid aan het sluipen zijn. Concreet: de Vlaamse meerderheid is voorstander van het gelijkschakelen van de basisbedragen in de kinderbijslag, net als de oppositie trouwens. De partijen verantwoorden die gelijkschakeling vanuit een gelijkheidsbeginsel (daarover meer in een volgende blogpost). Vreemd genoeg is er geen debat over het feit dat de steun via de fiscaliteit wél oploopt per kind, en dat de woonbonus wél verhoogd wordt voor gezinnen met drie kinderen en meer, en dat openbaar vervoer voor grote gezinnen wél goedkoper gemaakt wordt, en voor kleine gezinnen niet. Voor een aantal beleidsdomeinen erkent de overheid dus de relatief grotere noden van grote gezinnen, voor andere argumenteert ze dat gezinnen per kind evenveel steun moeten genieten. Deze twee standpunten vallen niet met elkaar te verzoenen.

Tot slot, zijn veel van de bijkomende instrumenten afhankelijk van de beslissingen van het gezin zelf: gebruikt het gezin openbaar vervoer, koopt of huurt het, etc. Toegegeven, het gaat hier om een minderheid van de gezinssteun, maar ze is toch niet te verwaarlozen, omdat het gaat om paternalistische steun die gezinnen beïnvloedt in het maken van cruciale keuzes. We moeten ons de vraag stellen waarom de overheid vindt dat het voor grote gezinnen beter is om zich te verplaatsen met het openbaar vervoer dan voor kleine gezinnen? Zou het niet kunnen dat een groot gezin beter af is met dat beetje extra geld in cash, in plaats van het equivalent in subsidies voor openbaar vervoer? Met dat geld zou het gezin zelf kunnen beslissen of het zich wil verplaatsen met het openbaar vervoer, of met de wagen, of het zo misschien een huurhuis dichterbij de stad kan permitteren?

Mijn advies voor de overheden luidt als volgt:
1. Groepeer alle gezinsbeleid en haar budgetten onder de bevoegdheid van de minister van gezin.
2. Verhoog de koopkracht van gezinnen in de eerste plaats via inkomenssteun, zo weinig mogelijk via subsidies.

One thought on “Gezinssteun > kinderbijslagen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *