Kiezen tussen de pest en de cholera: over corruptie, Griekenland, en de FIFA

Cliëntelisme, patronage, corruptie: vanuit heel Europa weerklinkt het verwijt aan het adres van het Griekse politieke bestel klaar en duidelijk. Enkele weken geleden viel die twijfelachtige eer ook Sepp Blatter en zijn FIFA te beurt. De verontwaardiging is duidelijk, maar nauwelijks wordt bij het gebruik van die begrippen stil gestaan. Meer nog ontbreekt reflectie over de mogelijke oplossingen. Het is maar de vraag of de alternatieven die door de FIFA- en Griekenland-critici naar voren geschoven worden uiteindelijk te verkiezen vallen.

Voor alle duidelijkheid: dat Sepp Blatter door en door corrupt is, daar twijfelt geen weldenkend mens aan. Al van bij zijn allereerste verkiezing tot FIFA-voorzitter in 1998 zijn er talloze aanwijzingen voor omkoping, vriendjespolitiek, en het systematisch begunstigen van vertrouwelingen in ruil voor politieke steun. Zo verkocht hij de televisierechten voor het uitzenden van het WK van 2002 in de Carraïben aan een politiek bondgenoot voor de som van 1 dollar, en aan heel wat Afrikaanse en Aziatische bonden die financiële grote steun kregen werden opvallend weinig vragen gesteld over de besteding daarvan. Daarmee trad Blatter in de voetsporen van zijn voorganger, de Braziliaan João Havelange, die zich zowel bij de FIFA als bij het Internationaal Olympisch Comité met gunsten en geschenken van steun voorzag. Omgekeerd was hij zelf niet minder gesteld op het aanvaarden van geschenken in ruil voor mogelijke steun. Daarbij liet hij aan de Amsterdamse delegatie voor de toewijzing van de Olympische Spelen van 1992 bijvoorbeeld zijn voorkeur blijken voor allerhande kunstboeken, schilderijen en Delfts blauw, maar ook voor fietsen en andere sportartikelen, naast de ‘gewone’ diamanten.

Sepp Blatter en het gecontesteerde WK in Qatar (AP).
Sepp Blatter en het gecontesteerde WK in Qatar (AP).

De verontwaardiging over het cliëntelisme bereikte een hoogtepunt naar aanleiding van een Amerikaans corruptieonderzoek bij de FIFA, gevolgd door de soap rond Blatters herverkiezing als voorzitter. Sportjournalisten, krantencommentatoren, Twitter-commentatoren, en analisten lieten hun afkeuring en misprijzen voor de corrupte praktijken bij de FIFA de vrije loop. Vooral de Europese voetbalbonzen en media stonden op de eerste rij – van Europese UEFA-voorzitter Michel Platini, over onze Belgische voorzitter François De Keersmaecker, tot David Beckham en Vincent Kompany. Dat Blatter enkele dagen voor zijn uiteindelijk zelf gekozen ontslag toch nog met gemak de meerderheid van de FIFA-leden achter zich kreeg (133 van de 209 landen) leek dan ook nauwelijks te begrijpen. Ten hoogste werd enigszins meewarig verwezen naar de corrupte uitdelingspolitiek van Blatter in Afrika, Azië en Zuid-Amerika die dergelijke steun had weten af te kopen.

Vandaag zien we heel wat van die argumenten terugkeren wanneer het over Griekenland gaat. Ook daar heeft in de laatste dertig jaar een systeem van patronage en cliëntelisme welig kunnen tieren. De twee dominante partijen, PASOK en Néa Dimokratia wisselden elkaar af aan de macht, en maakten van hun positie gebruik om politieke steun af te kopen met de selectieve verdeling van gunstige jobs en comfortabele pensioenen bij de overheid, of massale belastingvrijstelling voor de reders en lucratieve aanbestedingen in de privésector. Opnieuw weerklinkt vanuit de rest van Europa – ook vanuit onze regering en het parlement vorige week – een luid, verontwaardigd misprijzen voor dergelijke praktijken. Gisteren (8 juli) wond Guy Verhofstadt zich in het Europees Parlement tegenover Tsipras nog danig op over het Griekse cliëntelisme: “Propose to end the privileges in your countries. The privileges of the ship owners. The privileges of the military. The privileges of the Greek islands. And the privileges of the political parties, who receive funds from banks who are in fact bankrupt.”

Een Griek speelt Episkyros: een teamsport die enige gelijkenissen met het moderne voetbal vertoont.
Een Griek speelt Episkyros: een teamsport die enige gelijkenissen met het moderne voetbal vertoont.

Maar wat is dat cliëntelisme nu? Kort gezegd: het geheel van relaties tussen mensen met ongelijke sociale of economische status, waarbij goederen en diensten uitgewisseld worden. In de praktijk gaat het vaak om informele netwerken van steun en wederkerige hulp, privileges en bevoordeling – zaken die als ondermijnend aanzien worden voor het goed functioneren van een democratische en rechtvaardige samenleving.

De praktijken in de FIFA en Griekenland botsen met onze opvattingen over democratie, meritocratie en rechtvaardigheid – maar dat was niet altijd zo. Wie eens een 14de-eeuwse boekhouding van Gent of Brugge openslaat – er zijn tenslotte vreemdere hobby’s – zal naast allerlei ontvangstposten voor accijnzen en boeten, en uitgaven voor lonen, bouwwerken en veldtochten, ook het kapittel ‘prosentwijnen’ aantreffen. Het gaat om de kosten voor allerhande geschenken, doorgaans Franse wijnen of dure lakens, aangeboden aan gezanten, vertegenwoordigers van vorsten, pausen, steden of lokale heren. De late middeleeuwen kenden dan ook een ware giftcultuur, waarbij geschenken door alle politieke actoren gebruikt werden om steun op te bouwen, relaties te cementeren, en intenties duidelijk te maken. In zekere zin borduurden steden als Gent en Brugge daarmee verder op een patroon dat ontleend was aan het middeleeuwse feodale systeem. In essentie was een feodale samenleving immers gericht op complexe netwerken van wederkerigheid: voor wat hoort wat. Wat door de boeren en ambachtslieden geproduceerd werd, vloeide steeds naar boven, naar de clerus en de heren – en werd van daaruit weer uitgedeeld. Zij presenteerden geschenken aan hun ondergeschikte leenmannen en bondgenoten, deelden aalmoezen uit aan de behoeftigen, en zorgden voor militaire bescherming en politieke stabiliteit. Wederkerigheid stond centraal, en de samenleving beruste op privileges. Iedere sociale groep zijn eigen functies en voorrechten. Vandaag zouden we dat cliëntelisme en corruptie noemen, toen lag het aan de basis van de opkomst van de Europese natie-staten, magna charta en volksvertegenwoordiging incluis.

Het politiek functioneren van de FIFA en van Griekenland vertoont ook heel wat overeenkomsten met het New York van de 19de eeuw (denk aan Scorsese’s Gangs of New York), gekenmerkt als het was door explosieve groei en immigratie, grote ongelijkheid en een nog erg jonge democratische traditie. Niet voor niets vergeleek the New Yorker in 2006 Sepp Blatter met William Tweed, de 19de-eeuwse Democratische partijleider die zich dankzij cliëntelisme van eenvoudige komaf tot de rijkste en machtigste man van de stad wist op te werken. Daar waar de ongelijkheden groot zijn, publieke organisatie nog maar in haar kinderschoenen staat, en het groeipotentieel aanzienlijk is, lijkt cliëntelisme als politieke organisatievorm steeds een streepje voor te hebben op de democratie. Het is immers een uitgelezen manier om zonder grote bureaucratische of democratische structuren politieke banden te smeden die dwars door diverse sociale lagen heen snijden, en zo een brede steun kunnen verzekeren voor een gemeenschappelijk doel.

Die redenering gaat alvast ook op voor de FIFA, waar het groeipotentieel voor het voetbal als wereldsport door Havelange en Blatter ten volle werd benut (met onder meer de eerste WK’s in Zuid-Amerika en Afrika), en waar de ongelijkheid in financiële middelen tussen de verschillende leden enorm is. Hun cliëntelistische relaties met voornamelijk niet-Westerse FIFA-leden hebben wellicht meer gedaan voor de wereldwijde popularisering van het voetbal dan bij een zuiver meritocratische of democratische toewijzing van middelen en WK’s het geval zou geweest zijn. Dezelfde factoren van grote ongelijkheid, een jong democratisch bestuur, en nieuwe groeimogelijkheden (dankzij de Europese integratie) speelden wellicht in het Griekse geval.

Zuid-Afrikaanse voetbalfans tijdens het WK van 2014. Onder Sepp Blatters bewind werd de FIFA mondialer. (Creative Commons, Marcello Casal).
Zuid-Afrikaanse voetbalfans tijdens het WK van 2014. Onder Sepp Blatters bewind werd de FIFA mondialer. (Creative Commons, Marcello Casal).

Dat de corruptie in de FIFA of Griekenland ook een politiek doel dient en historisch te duiden is, wil nog niet zeggen dat ze daarom ook toe te juichen valt. Maar wat is het alternatief?

De kersvers herkozen Belgische bondsvoorzitter François de Keersmaecker liet zich vorige maand in Terzake ontvallen dat de volgende baas van de FIFA best een Europeaan zou zijn – ten slotte is Europa het belangrijkste voetbalgebied ter wereld, waar ook de meeste inkomsten te rapen vallen. Ook Nate Silver, de oprichter van de analyse-website FiveThirtyEight gelooft dat de besluitvorming in de FIFA hervormd moet worden om meer rekening te houden met het financiële belang van de leden-lidstaten. Met andere woorden: in plaats van één stem per land, zoals nu het geval is, moet uiteindelijk het BNP per capita de doorslag gaan geven. Barones Mia Doornaert, altijd paraat om net iets te kort door de bocht te gaan, liet in De Standaard bovendien verstaan dat het hoog tijd was om  de FIFA opnieuw in Westerse handen te nemen (DS 05/06). Immers, in de meeste landen is corruptie onderdeel van ‘de cultuur’, en gedijen autocratische dictaturen maar al te goed. Die landen zeggenschap geven in internationale instellingen is dus geen goed idee, meent Doornaert.

Het is ironisch dat op kleinere schaal een gelijkaardig verhaal zich afspeelt binnen de Belgische voetbalbond zelf. Ook daar verwijten de kapitaalkrachtige tenoren (Bart Verhaeghe en Marc Coucke voorop) het huidige bestuur onder leiding van De Keersmaecker een cultuur van corruptie en cliëntelisme. En ook daar dringen zij aan op een hervorming van de besluitvormingsprocedures – niet meteen in de richting van meer democratie, maar wel met de bedoeling om meer beslissingsmacht te geven aan zij die het meeste geld bijdragen.

Branko Milanovic, voormalig econoom bij de Wereldbank, had het in de context van de aanvallen tegen Blatter en het stuk van Nate Silver over een vorm van ‘financieel imperialisme’: in tegenstelling tot het imperialisme uit de 19de eeuw legt het Westen niet langer haar autoriteit op aan grote delen van de wereld door middel van militaire macht, maar wel door middel van haar financiële macht. Het dictaat van het geld is voor velen blijkbaar een legitieme bestuursvorm voor mondiale instellingen als de FIFA.

Zonder de Griekse analogie al te ver te willen doordrijven, zal het duidelijk zijn dat de positie van de Europese Centrale Bank, het IMF en de Europese Commissie als niet-verkozen instellingen die zich – tegen de wil van de Griekse regering en haar referendum – het recht toedichten verregaand in het interne sociale en economische beleid van het land in te grijpen, meer gelijkenissen vertoont met (financieel) imperialisme dan met een internationale democratie.

Een afweging tussen een middeleeuws cliëntelisme en een 19de-eeuws imperialisme is als kiezen tussen de pest of de cholera. Nochtans vergeten velen vandaag in hun verontwaardiging over het cliëntelisme dat ook aan het dictaat van het geld een geurtje hangt. Wat we nodig hebben is een nieuwe visie op mondiale democratie binnen onze geglobaliseerde, kapitalistische wereld van vandaag. Het morele misprijzen voor cliëntelisme – zelfs in de schaamteloze figuur van Blatter – is te eenvoudig, misplaatst, en wellicht zelfs gevaarlijk zolang we er niet in slagen een alternatief aan te reiken dat politieke banden kan smeden die de grote financiële ongelijkheid onder de FIFA-leden weten te overbruggen. Tenzij we, zoals Milanovic opmerkt, naar het voorbeeld van het tennis, onze wereldkampioenschappen voetbal ook enkel nog in London, Parijs, New York en Melbourne willen organiseren.

En tenzij we het dus aanvaardbaar vinden dat de belangrijkste politieke beslissingen niet in de straten, stemhokjes, parlementen of Verenigde Naties genomen worden, maar wel in de Europese Centrale Bank, private tribunalen, Davos of de G8.

Share on LinkedIn0Tweet about this on TwitterShare on Facebook39

Een gedachte over “Kiezen tussen de pest en de cholera: over corruptie, Griekenland, en de FIFA”

  1. Lezenswaardig artikel dat aanzet om in casu Griekenland zoveel mogelijk en zo objectief mogelijk het cliëntelisme en corruptie in kaart te brengen.
    De politieke partijen, de Grieks-orthodokse kerk, de Griekse reders, de rijke families, US,EU en NATO relaties en hun duistere zaakjes: belastingsontduiking immobiliën, medicijnenhandel, vervoerslicenties, overheidscontracten, wapenhandel etc.
    En later verder in hoeverre deze praktijken ook in België gehanteerd worden.
    Gaande van zeer linkse tot zeer rechtse alsook internationale bronnen zijn op het internet publicaties terug te vinden die de waanzinnigheid overtreffen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *