Vlaanderen wordt een dorp, ook de steden treffen schuld

De meeste steden in Vlaanderen hebben de afgelopen twee decennia sterk aan aantrekkingskracht gewonnen. Hun gestegen populariteit hebben ze te danken aan verschillende factoren. De diensteneconomie heeft zich in de binnensteden gevestigd, dichtbij klanten en werknemers, het openbaar vervoer in en tussen steden is uitgebreid, buurten zijn opgewaardeerd, de centra zijn verkeersluw geworden en de criminaliteitscijfers zijn gedaald, om er enkele te noemen.

Het is een goede zaak voor mens en milieu dat meer mensen in verstedelijkte kernen willen wonen. Dit betekent dat er minder open ruimte (natuur of landbouw) verdwijnt, dat de pendeltijd wordt ingeperkt en dat er minder wagens op de weg zijn, en dat nieuwe publieke en private investeringen een hoger rendement kunnen halen door de hogere bevolkingsdichtheid. Bovendien kunnen ook de belastingen dalen als meer mensen voor de stad kiezen. Een huis buiten verstedelijkt gebied kost de belastingbetaler zo’n 2000 euro per jaar meer, voornamelijk door de veel lagere efficiëntie van nutsvoorzieningen en andere publieke goederen in landelijke regio’s.

Het is dan ook onbegrijpelijk waarom Vlaanderen de verdere verkaveling nog geen halt heeft toegeroepen. Ondanks het devies van verdichting en -meer recent- van inbreiding, moeten we vaststellen dat sinds 2000 de nieuwe woningen in Vlaanderen gemiddeld nog meer open ruimte hebben ingenomen dan de bestaande woningen ervoor al innamen. Maar 16 gemeenten hebben sinds 2000 hun dichtheid (aantal personen per oppervlakte woongebied) verhoogd.

Lees verder Vlaanderen wordt een dorp, ook de steden treffen schuld

Alsof de Panama-route wel eenvoudig is

Het ontluikende Panama-schandaal roept de vraag op wat precies de dieperliggende oorzaken zijn van de belastingontduiking en -ontwijking. Hoogleraar fiscaal recht Michel Maus wijst met een beschuldigende vinger naar de ‘fenomenale’ belastingdruk in België. Lode Vereeck (Open VLD) zegt dat de onthullingen de nood aan ‘transparantere, eenvoudigere, rechtvaardige en lagere belastingen’ aantonen.

Dat ons systeem beter kan scoren op ieder van die punten betwist ik niet. Sterker, de eerste die openlijk stelling inneemt tegen meer transparantie, eenvoud en rechtvaardigheid van belastingen moet nog geboren worden.

Ook de discussie over de hoogte van belastingen en dus de grootte van de overheid is legitiem. Maar dat het Belgische belastingsysteem zelf de hoofdschuldige zou zijn voor de beslissing van individuen om al dan niet illegale structuren op te stellen om zo belastingen te ontduiken en/of te ontwijken, is een bizarre bewering.

Lees verder Alsof de Panama-route wel eenvoudig is

De fiscus deelt uit

Op vrijdag 19/09/2015 sprak minister Vanovertveldt zich in het programma de Vrije Markt uit tegen belastingkredieten voor asielzoekers: “Met andere woorden: de fiscus gaat hen bepaalde sommen uitbetalen in het kader van hun aangifte, meestal zonder dat daar inkomsten bijhoren. Dat lijkt me zeer onlogisch.” Vanovertveldt is niet de eerste politicus om die logica niet te vatten. Toenmalig Kamerlid Rob Vandevelde (LDD) stelde zich in 2009 al vragen bij het instrument, en in 2013 roerden ook collega’s Luk Van Biesen (Open Vld) & Carl Devlies (CD&V) zich in het debat. Bij de vier heren klinkt hetzelfde argument: deze mensen betalen geen belastingen, en zouden dan ook geen recht mogen hebben op een uitbetaling van de fiscus.

Ironisch dat de maatregel in 2000 in het leven geroepen werd om precies die reden: de Paars-Groene regering vond toen dat ouders met een laag inkomen hetzelfde recht op een fiscale tegemoetkoming voor het onderhoud van hun kinderen hebben, als gezinnen met een hoger inkomen. Ik leg eerst kort uit hoe het belastingkrediet werkt. Als ouders een voldoende hoog inkomen hebben, kan een van de ouders beroep doen op de belastingvermindering voor kinderen, per kind ten laste wordt de belastingvrije som verhoogd. Voor een alleenstaande ouder met één kind komt dit neer op een verhoging van het jaarlijks netto-inkomen van 448 euro, voor een ouder met 4 kinderen is dat 5343 euro (1336 euro per kind). Het veel hogere voordeel voor grote gezinnen is te danken aan de grensbedragen die stijgen in de rang, en aan de oplopende tariefstructuur van de personenbelasting.

2015-09-24 10_09_53-Fiscale uitgaven.docx - Word Lees verder De fiscus deelt uit

Complexloze fiscaliteit (reactie op Van Quickenborne in DM 09/04/2015)

Ieder jaar wordt de bepaling van netto-inkomens voor personen en bedrijven ingewikkelder. Complexe belastingsystemen brengen hoge kosten met zich mee, fiscalisten doen gouden zaken, en minder geïnformeerde burgers en bedrijven lopen middelen mis of maken slechte economische beslissingen. Een goede zaak dus dat Van Quickenborne dit probleem aankaart in DM van 9 april.

Hij doet daarnaast ook interessante voorstellen om het burgerschap te verhogen. De overheid kan nog veel leren van andere landen (en steden) hoe meer directe participatie in het beleidsproces te introduceren en hoe transparant te communiceren over hoe ze haar middelen verkrijgt en weer uitgeeft. The International Budget Partnership (mijn vorige werkgever) strijdt wereldwijd al meer dan 15 jaar voor meer transparantie en inspraak in het begrotingsproces, ik ben zeker dat de organisatie Van Quickenborne nog meer kan inspireren in zijn inspanningen hieromtrent. Ook dichter bij huis pleit o.a. Maarten Lambrechts, datajournalist bij De Tijd, er al langer voor om de data uit de belastingaangifte en andere fiscale formulieren te ondersteunen op een grafische manier. Allemaal initiatieven die ik een warm hart toedraag.

Het is met Van Quickenborne’s oplossingen voor het complexiteitsvraagstuk dat ik meer moeite heb. Hij vertrouwt erop dat als we de belastingen zouden verlagen, een proces in gang gezet wordt dat leidt tot fiscale vereenvoudiging, tot meer rechtvaardigheid, én meer inkomsten. De verlaagde complexiteit zou automatisch volgen omdat er bij lagere lasten minder redenen zijn om te corrigeren via uitzonderingen en specifieke fiscale instrumenten. Ik deel die overtuiging niet. Omdat ik niet weet welk ethisch kader Van Quickenborne en andere OpenVld kopstukken hanteren om lagere belastingen te linken aan meer rechtvaardigheid, doe ik hierover (nu) geen uitspraken.

Lees verder Complexloze fiscaliteit (reactie op Van Quickenborne in DM 09/04/2015)

Gezinssteun > kinderbijslagen

Kinderbijslagen staan sinds de verkiezingscampagne weer in het middelpunt van de belangstelling. De nieuwe Vlaamse regering zegt er in haar regeerakkoord het volgende over:

De bevoegdheidsoverdracht van de gezinsbijslagen geeft ons de kans om het stelsel grondig te vereenvoudigen. Omdat we vinden dat elk kind gelijk is, geven we een gelijke basiskinderbijslag. We schaffen de rangorderegeling en leeftijdstoeslag af, behouden een toeslag voor kinderen met bijzondere zorgnoden en voor wezen, en voeren een sociale toeslag in voor kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen, waarbij we rekening houden met de gezinsgrootte.

Het publieke debat over kinderbijslagen is wenselijk, ze zijn een belangrijke, en voor velen onmisbare, financiële ondersteuning. Jammer dat we een groot deel van die steun onbelicht laten. Het feit dat het debat zich slechts toespitst op kinderbijslagen en niet op alle andere vormen van gezinssteun is tekenend voor de grote versnippering van het beleid.

Lees verder Gezinssteun > kinderbijslagen

Over transfers. Nogmaals.

123

VIVES, het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving aan de KU Leuven, heeft een nieuwe Briefing uit. Hierin worden de publieke transfers tussen Belgische gewesten nogmaals in kaart gebracht, en dit voor de periode 2007-2011. DS berichtte hierover onder de titel ‘transfers tussen deelstaten dalen niet’. Dat had ook ‘stijgen niet’ (zoals in L’echo) kunnen zijn, of ‘blijven gelijk’ (zoals op pagina 12 van DS), maar men koos voor het eerste, temeer omdat VIVES zelf een verlaging verwacht had. Vlaanderen had als exportregio immers meer onder de crisis te lijden dan de rest van het land in die periode, en dan verwacht je nu eenmaal lagere transfers. De studie haalt drie redenen aan waarom het nuttig is naar transfers op zich te kijken en waarom ze zo schadelijk zijn: (1) ze zouden de economische groei in ontvangende regio’s verminderen en zo de ongelijkheid verder vergroten, (2) ze geven aanleiding tot ongewenst politiek gedrag; en (3) in het geval van grote solidariteit zullen lagere overheden anticiperen dat hun slechte beleid gecompenseerd zal worden door de federatie.

Het is in dit stuk voor één keer niet onze bedoeling in te gaan op deze argumenten, die elk een zekere grond hebben. Wel willen we erop wijzen dat dit zogenaamde tweede-orde effecten zijn, en richten we de aandacht liever op de olifant in de kamer: de onderliggende bestaansredenen van de transfers zelf.

Lees verder Over transfers. Nogmaals.