De verdeling van de inkomens tijdens de crisisjaren in België

België is de financiële en daaropvolgende economische crisis goed doorgekomen. Onze val in BBP groei was beperkt, de welvaartsstaat trad op als buffer (onder meer via het stelsel van de tijdelijke werkloosheid) en de middenklasse bleef goed beschermd. In De Morgen besloot Ive Marx dan ook terecht dat de sociale impact van de crisis in ons land mild is gebleven.

Een dimensie die in de berichtgeving over de stabiele situatie van de middenklasse wat buiten beeld blijft is wat er is gebeurd aan de onder- en bovenkant van de inkomensverdeling: is de welvaartsstaat voor iederéén een buffer geweest, of zijn de hoge of lage inkomens als verliezers of winnaars uit de bus van de voorbije crisisperiode gekomen?

Lees verder De verdeling van de inkomens tijdens de crisisjaren in België

De fiscus deelt uit

Op vrijdag 19/09/2015 sprak minister Vanovertveldt zich in het programma de Vrije Markt uit tegen belastingkredieten voor asielzoekers: “Met andere woorden: de fiscus gaat hen bepaalde sommen uitbetalen in het kader van hun aangifte, meestal zonder dat daar inkomsten bijhoren. Dat lijkt me zeer onlogisch.” Vanovertveldt is niet de eerste politicus om die logica niet te vatten. Toenmalig Kamerlid Rob Vandevelde (LDD) stelde zich in 2009 al vragen bij het instrument, en in 2013 roerden ook collega’s Luk Van Biesen (Open Vld) & Carl Devlies (CD&V) zich in het debat. Bij de vier heren klinkt hetzelfde argument: deze mensen betalen geen belastingen, en zouden dan ook geen recht mogen hebben op een uitbetaling van de fiscus.

Ironisch dat de maatregel in 2000 in het leven geroepen werd om precies die reden: de Paars-Groene regering vond toen dat ouders met een laag inkomen hetzelfde recht op een fiscale tegemoetkoming voor het onderhoud van hun kinderen hebben, als gezinnen met een hoger inkomen. Ik leg eerst kort uit hoe het belastingkrediet werkt. Als ouders een voldoende hoog inkomen hebben, kan een van de ouders beroep doen op de belastingvermindering voor kinderen, per kind ten laste wordt de belastingvrije som verhoogd. Voor een alleenstaande ouder met één kind komt dit neer op een verhoging van het jaarlijks netto-inkomen van 448 euro, voor een ouder met 4 kinderen is dat 5343 euro (1336 euro per kind). Het veel hogere voordeel voor grote gezinnen is te danken aan de grensbedragen die stijgen in de rang, en aan de oplopende tariefstructuur van de personenbelasting.

2015-09-24 10_09_53-Fiscale uitgaven.docx - Word Lees verder De fiscus deelt uit

Heeft de modale Vlaming twee (of meer) huizen?

In het kader van de veelbesproken tax shift ontspon zich onlangs een politieke discussie waarin de modale Vlaming centraal stond. Kris Peeters (CD&V) bond de kat de bel aan met het voorstel om de onroerende voorheffing te verhogen voor alle huizen die niet als gezinswoning dienen. Open-VLD en N-VA reageerden als door een wesp gestoken. “Je kunt wel mikken op dat ene procent van echte rijken, maar voor je het weet belast je weer de modale Vlaming”, wist Matthias Diependaele van N-VA. “Wie heeft zo’n tweede woning? Vaak gaat het om gepensioneerden die een huis of een appartement verhuren om hun eigen bescheiden pensioentje aan te vullen. Als je die mensen extra belast, tref je de verkeerde groep”, klonk het bij Bart Somers van Open VLD. Vreemd genoeg nam ook Peeters’ partijgenoot Koen Vandenheuvel min of meer afstand van het oorspronkelijke voorstel: “Veel Vlamingen bezitten een tweede woning, weinigen een derde, laat staan een veelvoud daarvan.”

Of een verschuiving van de belastingdruk naar onroerend goed wenselijk is, is in de eerste plaats een politieke en normatieve vraag. Of veel Vlamingen een tweede woning bezitten en dat een verhoging van de onroerende voorheffing voornamelijk de middenklasse zou treffen is echter een empirische vraag. Hoog tijd dus om de retoriek aan de werkelijkheid te toetsen.

Lees verder Heeft de modale Vlaming twee (of meer) huizen?

Kiezen tussen de pest en de cholera: over corruptie, Griekenland, en de FIFA

Cliëntelisme, patronage, corruptie: vanuit heel Europa weerklinkt het verwijt aan het adres van het Griekse politieke bestel klaar en duidelijk. Enkele weken geleden viel die twijfelachtige eer ook Sepp Blatter en zijn FIFA te beurt. De verontwaardiging is duidelijk, maar nauwelijks wordt bij het gebruik van die begrippen stil gestaan. Meer nog ontbreekt reflectie over de mogelijke oplossingen. Het is maar de vraag of de alternatieven die door de FIFA- en Griekenland-critici naar voren geschoven worden uiteindelijk te verkiezen vallen.

Voor alle duidelijkheid: dat Sepp Blatter door en door corrupt is, daar twijfelt geen weldenkend mens aan. Al van bij zijn allereerste verkiezing tot FIFA-voorzitter in 1998 zijn er talloze aanwijzingen voor omkoping, vriendjespolitiek, en het systematisch begunstigen van vertrouwelingen in ruil voor politieke steun. Zo verkocht hij de televisierechten voor het uitzenden van het WK van 2002 in de Carraïben aan een politiek bondgenoot voor de som van 1 dollar, en aan heel wat Afrikaanse en Aziatische bonden die financiële grote steun kregen werden opvallend weinig vragen gesteld over de besteding daarvan. Daarmee trad Blatter in de voetsporen van zijn voorganger, de Braziliaan João Havelange, die zich zowel bij de FIFA als bij het Internationaal Olympisch Comité met gunsten en geschenken van steun voorzag. Omgekeerd was hij zelf niet minder gesteld op het aanvaarden van geschenken in ruil voor mogelijke steun. Daarbij liet hij aan de Amsterdamse delegatie voor de toewijzing van de Olympische Spelen van 1992 bijvoorbeeld zijn voorkeur blijken voor allerhande kunstboeken, schilderijen en Delfts blauw, maar ook voor fietsen en andere sportartikelen, naast de ‘gewone’ diamanten.

Lees verder Kiezen tussen de pest en de cholera: over corruptie, Griekenland, en de FIFA

Putting the sharing economy in dialogue with the welfare state: a response to Juliet Schor

Sharing has attracted a lot of attention as an alternative principle to organize economic transactions. Proponents of the sharing economy claim it is more ecologically sustainable than capitalist market economies because it promotes multiple and more intensive use of the same resources and more social because it stimulates the development of social relations between people that share resources. The rise of a number of large-scale for-profit sharing initiatives such as AirBnB and Uber has cast doubts on these claims. Juliet Schor, who is a professor of sociology at Boston College, is one of the leading voices in debates on sustainable lifestyles and the sharing economy. On Friday 5th of June, she addressed the question whether the sharing economy is a sustainable alternative or hypercapitalism during a lecture organized jointly by think tank Oikos and the Faculty of Social Sciences of the University of Antwerp (see http://www.greattransition.org/publication/debating-the-sharing-economy for the content of Schor’s lecture). This article are the typed up notes of the comments I made as a discussant in response to her lecture.

Lees verder Putting the sharing economy in dialogue with the welfare state: a response to Juliet Schor

Complexloze fiscaliteit (reactie op Van Quickenborne in DM 09/04/2015)

Ieder jaar wordt de bepaling van netto-inkomens voor personen en bedrijven ingewikkelder. Complexe belastingsystemen brengen hoge kosten met zich mee, fiscalisten doen gouden zaken, en minder geïnformeerde burgers en bedrijven lopen middelen mis of maken slechte economische beslissingen. Een goede zaak dus dat Van Quickenborne dit probleem aankaart in DM van 9 april.

Hij doet daarnaast ook interessante voorstellen om het burgerschap te verhogen. De overheid kan nog veel leren van andere landen (en steden) hoe meer directe participatie in het beleidsproces te introduceren en hoe transparant te communiceren over hoe ze haar middelen verkrijgt en weer uitgeeft. The International Budget Partnership (mijn vorige werkgever) strijdt wereldwijd al meer dan 15 jaar voor meer transparantie en inspraak in het begrotingsproces, ik ben zeker dat de organisatie Van Quickenborne nog meer kan inspireren in zijn inspanningen hieromtrent. Ook dichter bij huis pleit o.a. Maarten Lambrechts, datajournalist bij De Tijd, er al langer voor om de data uit de belastingaangifte en andere fiscale formulieren te ondersteunen op een grafische manier. Allemaal initiatieven die ik een warm hart toedraag.

Het is met Van Quickenborne’s oplossingen voor het complexiteitsvraagstuk dat ik meer moeite heb. Hij vertrouwt erop dat als we de belastingen zouden verlagen, een proces in gang gezet wordt dat leidt tot fiscale vereenvoudiging, tot meer rechtvaardigheid, én meer inkomsten. De verlaagde complexiteit zou automatisch volgen omdat er bij lagere lasten minder redenen zijn om te corrigeren via uitzonderingen en specifieke fiscale instrumenten. Ik deel die overtuiging niet. Omdat ik niet weet welk ethisch kader Van Quickenborne en andere OpenVld kopstukken hanteren om lagere belastingen te linken aan meer rechtvaardigheid, doe ik hierover (nu) geen uitspraken.

Lees verder Complexloze fiscaliteit (reactie op Van Quickenborne in DM 09/04/2015)

Mythes en feiten omtrent de Belgische werkloosheidsverzekering

Uitkeringen voor gezonde burgers op actieve leeftijd, werkloosheidsuitkeringen en sociale bijstandsuitkeringen (het leefloon) zijn niet populair. Enquêtes wijzen keer op keer uit dat mensen het minst bereid zijn om solidair te zijn met gezonde werklozen. 1 (Tim Reeskens beschreef op deze website overigens mooi hoe er binnen die groep van werklozen nog een verder onderscheid wordt gemaakt tussen zij die steun verdienen en zij die dat niet verdienen.) Bovendien leeft in de hoofden van veel mensen een wij-zij dichotomie: wie hard werkt betaalt voor wie zich wentelt in de hangmat van de werkloosheid waar men kan genieten van hoge uitkeringen; het sociaal profitariaat in actie.

Ook politici bezondigen zich vaak aan het creëren van een negatieve perceptie rond de Belgische werkloosheidsverzekering. Vaak wordt daarbij verwezen naar het aantal werklozen en dito uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen die in ons land buitensporig hoog zouden zijn. Denk aan Open-VLD’er Rik Daems (foto) die in 2013 in een opiniestuk in De Morgen het volgende schreef:

Momenteel zijn er 559.000 werklozen in België, waarvan 417.000 uitkeringsgerechtigd. Dit kost de samenleving 8,9 miljard euro of maar liefst 25 procent van de personenbelasting, waar in de perceptie niets tegenover staat. Dat bedreigt het draagvlak voor onze solidariteit.

Of Bart De Wever (N-VA) die voor de verkiezingen in Trends verklaarde dat we “in bbp-termen twee keer meer uitgeven aan arbeidsmarktbeleid dan onze buurlanden; dan heb je toch een probleem.” Er moet dus hervormd worden, en vaak komt daarbij de onbeperktheid in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen in het vizier. In een interview met De Standaard stelde Ben Weyts (N-VA) bijvoorbeeld dat het beperken van de uitkeringen in de tijd een ‘gigantische besparing’ zou opleveren.

Lees verder Mythes en feiten omtrent de Belgische werkloosheidsverzekering

Notes:

  1. Zie bijvoorbeeld het onderzoek van Wim van Oorschot hieromtrent.

Hoe krijgen we goede wetenschap? Kiezen tussen overheid en competitie

Het is wellicht wat onkies om enerzijds je blog tongue-in-cheek de naam ‘Ivoren Toren’ mee te geven, en vervolgens ook effectief over het academische reilen en zeilen te gaan zeuren. Niettemin bezondig ik me – alle goede voornemens voor het nieuwe jaar ten spijt – vandaag toch eens aan dergelijke navelstaarderij. Want wanneer het in onze toren drupt, dan plenst het daar buiten.

Concurrentie = efficiëntie? 

Zo ook met de veronderstelling dat competitie het beste in ons naar boven brengt. Met elkaar wedijveren op het scherp van de snee, de zwakste schakels elimineren, en er zo gezamenlijk op vooruit gaan: zo zien we sinds Darwin de wetten der natuur, dus waarom ook niet die van de samenleving? Het is in ieder geval de impliciete redenering achter de manier waarop ons huidige wetenschappelijke systeem functioneert. Indien wetenschappers met elkaar concurreren, zal uit die eindeloze bokswedstrijd als vanzelf het beste onderzoek als overwinnaar uit de bus komen. Meer dan een boksring en enkele onafhankelijke collega’s die als scheidsrechter optreden (peer-reviewers) heeft men verder niet nodig.

Lees verder Hoe krijgen we goede wetenschap? Kiezen tussen overheid en competitie

Gezinssteun > kinderbijslagen

Kinderbijslagen staan sinds de verkiezingscampagne weer in het middelpunt van de belangstelling. De nieuwe Vlaamse regering zegt er in haar regeerakkoord het volgende over:

De bevoegdheidsoverdracht van de gezinsbijslagen geeft ons de kans om het stelsel grondig te vereenvoudigen. Omdat we vinden dat elk kind gelijk is, geven we een gelijke basiskinderbijslag. We schaffen de rangorderegeling en leeftijdstoeslag af, behouden een toeslag voor kinderen met bijzondere zorgnoden en voor wezen, en voeren een sociale toeslag in voor kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen, waarbij we rekening houden met de gezinsgrootte.

Het publieke debat over kinderbijslagen is wenselijk, ze zijn een belangrijke, en voor velen onmisbare, financiële ondersteuning. Jammer dat we een groot deel van die steun onbelicht laten. Het feit dat het debat zich slechts toespitst op kinderbijslagen en niet op alle andere vormen van gezinssteun is tekenend voor de grote versnippering van het beleid.

Lees verder Gezinssteun > kinderbijslagen

Over transfers. Nogmaals.

123

VIVES, het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving aan de KU Leuven, heeft een nieuwe Briefing uit. Hierin worden de publieke transfers tussen Belgische gewesten nogmaals in kaart gebracht, en dit voor de periode 2007-2011. DS berichtte hierover onder de titel ‘transfers tussen deelstaten dalen niet’. Dat had ook ‘stijgen niet’ (zoals in L’echo) kunnen zijn, of ‘blijven gelijk’ (zoals op pagina 12 van DS), maar men koos voor het eerste, temeer omdat VIVES zelf een verlaging verwacht had. Vlaanderen had als exportregio immers meer onder de crisis te lijden dan de rest van het land in die periode, en dan verwacht je nu eenmaal lagere transfers. De studie haalt drie redenen aan waarom het nuttig is naar transfers op zich te kijken en waarom ze zo schadelijk zijn: (1) ze zouden de economische groei in ontvangende regio’s verminderen en zo de ongelijkheid verder vergroten, (2) ze geven aanleiding tot ongewenst politiek gedrag; en (3) in het geval van grote solidariteit zullen lagere overheden anticiperen dat hun slechte beleid gecompenseerd zal worden door de federatie.

Het is in dit stuk voor één keer niet onze bedoeling in te gaan op deze argumenten, die elk een zekere grond hebben. Wel willen we erop wijzen dat dit zogenaamde tweede-orde effecten zijn, en richten we de aandacht liever op de olifant in de kamer: de onderliggende bestaansredenen van de transfers zelf.

Lees verder Over transfers. Nogmaals.