Waar eindigt natuur en begint cultuur?

Iedereen kent ze wel, het soort hippe termen dat het goed doet in academische middens. Meestal maken ze een steile op- en neergang door, maar sommige blijven decennia hangen. ‘Interdisciplinariteit’ en ‘kruisbestuiving’ bijvoorbeeld. Het overschrijden van de kunstmatige grenzen tussen vakgebieden, het met elkaar confronteren van specialismen uit verschillende velden: wie kan daar tenslotte tegen zijn?

Cultuur als biologische strategie

Toch gaat er zo nu en dan achter het gepronk met intellectuele kruisbestuiving een agenda schuil die lang niet zo vanzelfsprekend is. In De Standaard van afgelopen weekend (26-27 juli) zong gedragsecoloog Hans Van Dyck, in het kader van een zomerreeks over ‘favoriete boeken’, twee pagina’s lang de lof van Mark Pagels ”Wired for Culture”. Centraal in Van Dycks lofrede staat de interdisciplinaire ambitie van Pagel en diens medestanders – zoals Daniel Dennett of E.O. Wilson – meer bepaald hun wens om de scheiding tussen de studie van de natuur (de ‘harde’ wetenschappen) en die van de cultuur (de ‘zachte’) te doorbreken. Pagel, een Brits evolutionair bioloog, verschaft in zijn boek inzicht:

“…vanuit de biologie over wat traditioneel tot het territorium van de menswetenschappen behoorde. Zo passeren sociaal leren, taal, oorlog, zelfdoding, religie, moraliteit en samenwerking alle de revue.”

Het centrale argument van Pagel en Van Dyck komt er vooral op neer dat cultuur ”een biologische strategie” is, en dat de verschijningsvormen ervan dan ook grotendeels biologisch en evolutionair verklaard kunnen worden. Alleen blijven cultuurwetenschappers volgens hen te veel van dat inzicht ontstoken, door te weinig over de grenzen van hun discipline heen te willen kijken. Van Dyck:

“Neem geschiedenis. Hoeveel inzichtelijker zou deze studie kunnen zijn, mochten we ook biologische concepten toelaten om de opgang en ondergang van culturen te begrijpen.”

Meer zelfs, evolutiebiologie en het ‘leren evolutionair denken’ zouden volgens Van Dyck een onderdeel moeten worden van “om het even welke opleiding aan de universiteit of hogeschool.”

Lees verder Waar eindigt natuur en begint cultuur?

Het Gentse parkeerplan maakt tenminste duidelijke keuzes

Dit weekend werd het voorstel voor het Parkeerplan Gent 2020 bekend gemaakt. Maandagavond lag het plan ter discussie op de bevoegde gemeenteraadscommissie. Sindsdien regent het reacties, onder meer van VOKA en het Gentse Milieufront. Tony Verhelle, de hoofdredacteur van Autogids,  schreef gisteren op deze pagina’s dat het Gentse bestuur geen oplossing biedt voor het verkeersprobleem. Waarop hij zich baseert is onduidelijk. Hij rept in zijn stuk immers met geen woord over het nieuwe parkeerplan.

Het is duidelijk dat het Gentse stadsbestuur met dit parkeerplan op een cruciaal moment in de legislatuur terecht gekomen is. Bij haar aantreden beloofde de paarsgroene bestuurscoalitie de Gentse burgers een vernieuwend project voor een sociale en ecologische stad. Mobiliteit en de plaats van de auto in de stad is daarbij een heikel punt. Er kan geen bewonersvergadering plaatsvinden of er wordt verwoed gediscuteerd over het gebrek aan parkeerplaatsen en files, over verkeersonveiligheid en vervuiling en over de kolonisatie van de publieke ruimte door de auto.

Het nieuw Gentse parkeerplan gaat over de plaats van de auto in de stad en over de verhouding tussen bewoners en bezoekers. Het voorgestelde parkeerplan heeft de verdienste om duidelijke keuzes te maken. Het plan geeft resoluut voorrang aan de parkeernoden van bewoners over die van bezoekers, werknemers en studenten. Die laatste worden met hogere parkeertarieven en kortere toegelaten parkeertijden ontmoedigt om met de auto tot in het stadscentrum te rijden. De prijzen voor openbaar parkeren nemen af naarmate men verder van het stadscentrum verwijderd is.

Maar ook bewoners zelf worden aangespoord na te denken over hun autogebruik. De eerste bewonerskaart blijft gratis, maar de prijs van de tweede kaart zal in de toekomst 250 in plaats van 100 Euro bedragen. Vandaag zijn van de 29.100 bewonerskaarten in omloop ongeveer 11% tweede bewonerskaarten. De stad belooft wel via buurtparkings te zorgen voor voldoende parkeerplaatsen voor bewoners. Private parkings blijven wel grotendeels uit het vizier in dit plan. Uit een enquête uit 2006 blijkt bovendien dat 71% van de werknemers gratis parkeert. Het gebrek aan greep hierop verzwakt de effectiviteit van het parkeerplan.

De keuzes in het parkeerplan dringen zich op. België is volgens de INRIX index met ruime voorsprong het meest filegevoelige land ter wereld. Het kleine Gent staat op de 13de plaats van de meest filegevoelige steden ter wereld. Tussen 2001 en 2011 kwamen er in het Gentse 15% nieuwe bewoners bij, zonder dat het persoonlijk autobezit daalde. Een bewonerskaart garandeert steeds minder een parkeerplaats op straat. Bovendien weegt het autogebruik op de stedelijke woonomgeving. Het creëert gevoelens van onveiligheid en vervuiling en ontmoedigt sociaal contact op straat. Het terugdringen van de auto is de succesformule voor de heropleving van verloederde steden.

Deze maatregel zal op verzet stuiten. De auto is het symbool van de naoorlogse welvaart van grote delen van de bevolking. In ruil daarvoor kregen werkgevers een hogere productiviteit en sociale vrede. Dit sociale model hield echter geen rekening met de impact van de auto op het milieu en onze leefomgeving. De inzet van het parkeerplan reikt dus veel verder dan Gent. Het gaat om de ambitie om het sociale model aan te passen aan ecologische grenzen en leefbaarheid door de welvaart van de bevolking te koppelen aan meer duurzame manieren om ons te verplaatsen.

Gent geeft een stevige voorzet, maar ook hogere overheden moeten maatregelen nemen om ons sociaal model duurzaam te maken en aan te passen aan de hedendaagse leefbaarheidseisen. Zo moet de federale overheid de fiscale ondersteuning van bedrijfswagens afbouwen. Bedrijfswagens maken 55% uit van de nieuw aangekochte wagens. Geen enkel lokaal parkeer- en mobiliteitsplan kan hiertegen op. De Vlaamse overheid moet dan weer veel meer investeren in het openbaar vervoer. De totale overheidssteun aan alle openbare vervoersmaatschappijen samen bedraagt 2,4 miljard Euro, tegenover 4,1 miljard Euro voor bedrijfswagens.

Ons sociale model herijken is ieders verantwoordelijkheid, ook die van de ondernemerswereld. VOKA reageerde al negatief op het Gentse parkeerplan. Ze voorspelt dat ondernemers zullen wegtrekken uit Gent. De vraag is waar naartoe? Verkeersdrukte en congestie zijn al lang geen exclusief grootstedelijke problemen meer. Het is niet alleen aan de overheid om dit op te lossen. Ondernemingen creëren mee verkeersdrukte en congestie en moeten dus ook een rol spelen in het oplossen ervan. Ondernemers laten zich graag voorstaan op hun innovatie en creativiteit. Welaan dan, in de mobiliteitsproblematiek liggen de uitdagingen voor het rapen. Economische spelers zoals stadsdistributeurs, fietskoeriers en bouwbedrijven die materiaal via het water aan- en afvoeren doen het al voor.

Verschenen in De Morgen van 3 juli 2014

De obsessie met onze gezondheid

human hair wigs   ,
human hair extensions   ,
Lace Front Wigs   ,
human hair wigs   ,
human hair extensions   ,
full lace wigs   ,
Lace Front Wigs   ,
full lace wigs   ,
human hair wigs   ,
Lace Front Wigs   ,
human hair wigs   ,
extensions hair   ,
human hair wigs   ,
remy hair extensions    |
full lace wigs   ,
hair extensions   ,
clip in hair extensions   ,
human hair extensions   ,
human hair wigs   ,
lace front wigs   ,
full lace wigs   ,
human hair wigs   ,
human hair wigs   ,
clip in extensions   ,
extensions hair   ,
african american wigs   ,
clip in hair extensions   ,
human hair extensions   ,
full lace wigs   ,
best hair extensions   ,
extensions hair   ,
remy hair extensions   ,
human hair wigs for black women   ,
hair extensions   ,
human hair wigs   ,
remy hair extensions   ,
human hair wigs   ,
full lace wigs   ,
lace front wigs   ,
clip in extensions   ,
african american wigs   ,
best hair extensions   ,
extensions hair   ,
human hair wigs   ,
clip in hair extensions   ,
clip in hair extensions   ,
lace front wigs   ,
human hair wigs   ,
best hair extensions   ,
human hair wigs   ,
clip in hair extensions   ,
full lace wigs   ,
clip in extensions   ,
human hair wigs for black women   ,
human hair wigs   ,
human hair wigs   ,
human hair extensions   ,
clip in hair extensions   ,
lace front wigs   ,
human hair wigs   ,
human hair extensions   ,
full lace wigs   ,
clip in hair extensions   ,
lace front wigs   ,
human hair wigs   ,
human hair extensions   ,
full lace wigs   ,
clip in hair extensions   ,
lace front wigs   ,
human hair wigs   ,
human hair extensions   ,
full lace wigs   ,
clip in hair extensions   ,
lace front wigs   ,
human hair wigs   ,
clip in hair extensions   ,
full lace wigs   ,
Lace Front Wigs   ,

Over medicijnen valt veel te vertellen: van het klinische niveau (werken ze) over het economische luik (zijn ze betaalbaar) tot het existentiële vlak (waarom nemen we ze). Vooral die laatste vraag is pertinent na het pleidooi van een aantal experts om preventief meer cholesterolverlagers voor te schrijven (DS 30 juni).

Vooreerst is er een gewijzigde klinische context waar we niet omheen kunnen: de gemiddelde twintigste-eeuwse klinische setting is een vooral klachtgebonden aangelegenheid. Centraal staat het individuele initiatief nadat iemand een medische klacht ‘aan den lijve’ heeft ondervonden. We zijn gezond tot het tegendeel is bewezen en ziekte is de afwezigheid van gezondheid. Het voordeel van dat paradigma is tegelijk het nadeel: we maken ons geen zorgen en dus is de levenskwaliteit goed – minder onrust – maar soms hadden we ons beter zorgen gemaakt en dus gaan we af en toe dood aan te bestrijden ziektes.
Sinds enkele decennia wordt gezondheid niet alleen omgeven door het genezen van een symptoom, maar ook door voorspellende indicatoren, zoals cholesterol of BMI. De kwestie is daarom niet langer alleen of we nu ziek zijn maar ook of we het kunnen worden. Preventie neemt toe en dus gaat uiteindelijk het debat over cholesterolverlagers over de vraag: is dit een goeie vorm van preventie of niet?

Van preventie naar overconsumptie

In het preventieparadigma zijn de rollen omgedraaid. Niet gezondheid staat voorop, maar het uitblijven ervan (ziekte). Soms zijn we daarom bepaalde problemen te vlug af (preventie) maar tegelijk zijn er zware neveneffecten: we slikken wansmakelijk veel medicijnen. Die ‘farmacologisering’ zorgt samen met overdiagnose voor gezondheidsrisico’s en economische problemen: er is een bepaald kantelpunt waarop goede preventie omslaat in overconsumptie en de kosten groter worden dan de baten. De gedachte dat je zou kunnen ziek worden, doet de levenskwaliteit aanzienlijk dalen – angst, depressie.

Kortom, doen we er goed aan pillen zoals cholesterolverlagers te nemen om problemen te voorkomen, of brengt dit meer/weer andere problemen met zich mee? Met ‘goed’ bedoelen we onder meer kosteneffectief, gezond, nodig. Scherper gesteld: waarom zouden we nog massaler dan nu die medicijnen moeten gebruiken?

Het belang van een goede gezondheid is toegenomen, omdat we ongezonder leven én omdat we steeds meer een perfecte gezondheid najagen als onderdeel van een geslaagd en autonoom leven. Een ongezonde leefstijl is het resultaat van een hele maatschappelijke organisatie: arbeid, huisvesting, voedsel, alles staat in functie van ongezond en goedkoop voedsel terwijl we steeds minder dagelijks bewegen – we zijn vooral ‘schermwerkers’. De ongezonde keuzes zijn veel makkelijker te maken dan de gezonde, en dat probleem los je echt niet op met meer medicijnen.

Vervolgens, en vaak als tegenreactie op een ongezonde samenleving, zie je steeds meer mensen die op maniakaal met hun gezondheid bezig zijn. Ze sporten obsessief, controleren elke hap, durven geen alcohol of koffie te drinken en lopen van test 1 naar onderzoek 2 om uit te sluiten dat ze een probleem hebben, met als apotheose een (peperdure en ineffectieve) total body scan.

Het leven obsessief in functie stellen van gezondheid is natuurlijk een van de beste methoden om ziek te worden, gaande van echte gezondheidsobsessie, over nevenwerkingen van medicijnen tot allerlei psychische problemen. Bovenal jaagt men een ideaal na – de ‘perfecte gezondheid’ – dat onbereikbaar blijft waardoor men altijd een beetje ziek is en steeds meer medicijnen nodig heeft.

Met deze discussie komt daarom een hardnekkige paradox aan de oppervlakte waarmee de gezondheidszorg worstelt: zij die we moeten bereiken, blijven Oost-Indisch doof en zij die er al te veel mee bezig zijn, kloppen nog harder aan de deur van het ziekenhuis. Door bepaalde medicijnen nog massaler voor te schrijven, slaan we daarom tweemaal de bal mis: mensen met een ongezonde leefstijl krijgen verkeerdelijk de illusie dat medicijnen hen gezonder maken terwijl ze vooral anders moeten leven; zij die al ‘te gezond zijn’ moeten vooral niet nog meer medicijnen nemen, maar eerder eens een (één) goed glas wijn drinken. Daarnaast zijn er veel mensen die medicijnen nodig hebben, maar dan liefst alleen als ze ziek zijn en er geen andere zaken meer helpen.

Verschenen in De Standaard van 1 juli 2014

De Ivoren Toren – een introductie

Wie over de samenleving wil nadenken, kan er niet buiten blijven staan. Nochtans was de afzondering van de wereld gedurende grote delen van de Westerse geschiedenis een deugd veeleer dan een zonde. De kunstgeschiedenis bulkt van de symbolen die de afzondering van de wereld verheerlijken. Zo ook de ivoren toren, vaak afgebeeld als onderdeel van de Mariaverering die vanaf de late middeleeuwen aan grote populariteit won in onze gebieden.

Annunciatie met eenhoorn, c. 1500 (Nederlanden).
Annunciatie met ivoren toren, c. 1500 (Nederlanden).

De beeldspraak van de ivoren toren gaat terug op het Oudtestamentische Hooglied, waarin Salomo de hals van zijn bruid bezingt als een toren van ivoor. Geïnterpreteerd als een metafoor voor de liefde tussen de gelovige en het goddelijke, ontpopte de sensuele aanbidding uit het Hooglied zich tijdens de middeleeuwen tot een beschrijving van de maagd Maria. De ivoren toren van Salomos bruid werd zo een symbool voor de manier waarop Jezus bij haar geconcipieerd werd: edel en onaangetast; zuiver en onbevlekt.  Samen met een lange reeks andere iconografische symbolen zoals die van de besloten tuin of hortus conclusus, werd het een teken van zuiverheid en ongereptheid ten overstaan van de zondige, wereldse realiteit…

Lees verder De Ivoren Toren – een introductie