Een eerste blik op het nieuwe Vlaamse armoedebeleid

In haar eerste interview als Vlaams minister van armoedebestrijding laat Liesbeth Homans optekenen dat het armoedebeleid in het verleden fout werd aangepakt.

“Zijn we gebaat met jaarlijks vijf handboeken met de analyse hoe erg het gesteld is met de armoede in Vlaanderen? Ik denk het niet. We weten het intussen hoor. Hoewel ik het belang van wetenschappelijke studies uiteraard niet minimaliseer. Ik hoef geen jaarlijkse doorlichting meer van het fenomeen dat kinderen zonder boterhammen naar school moeten. Ik wil dat elk kind met een volle boterhammendoos naar school kan. Dat is een andere houding.”

In het verleden heb ik wel vaker de bedenking gemaakt dat armoedebestrijding in België en Vlaanderen fout werd aangepakt. Een andere houding lijkt dus welkom. Homans’ “We weten het intussen hoor” suggereert echter dat de wetenschappelijke inzichten met betrekking tot armoedebestrijding nu wel zijn doorgesijpeld naar het beleid. Welaan dan, laat ons even de proef op de som nemen: in hoeverre zijn de maatregelen waarvan uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat ze effectief zijn in het bestrijden van armoede opgenomen in het Vlaamse regeerakkoord?

Wat leert het wetenschappelijk onderzoek?

Armoede is in essentie een probleem van te weinig middelen op het niveau van het gezin. Concreet worden mensen als arm (of beter: levend met een risico op armoede) beschouwd wanneer hun netto besteedbaar gezinsinkomen lager is dan de armoedegrens. Die armoedegrens is relatief en hangt bijgevolg af van het algemeen welvaartsniveau van een land (de grens ligt dus bijvoorbeeld een pak hoger in Luxemburg dan in Roemenië), en weerspiegelt het minimum minimorum. 1 Belangrijk hierbij is de gezinsdimensie: armoede is geen kwestie van weinig verdienen als individu, het is een kwestie van leven in een gezin waar alle inkomens samen (kinderbijslagen, arbeidsinkomens en uitkeringen) niet toereikend zijn en minder zijn dan het bedrag dat de armoedegrens markeert. Kort samengevat: armoede is het uitgesloten zijn van een menswaardig leven door een gebrek aan middelen. Als dergelijke situatie te lang aanhoudt, raak je als vanzelf verstrikt in een web van problemen en uitsluiting waar je zelf niet meer uit kunt klauteren.

Lees verder Een eerste blik op het nieuwe Vlaamse armoedebeleid

Notes:

  1. Deze inkomensgrens correspondeert voor ons land goed met de referentiebudgetten, budgetnormen die gebaseerd zijn op reële korven van goederen en diensten die noodzakelijk worden geacht om menswaardig te leven. Voor België geeft de relatieve ‘armoederisiconorm’ dus een accuraat beeld van welke middelen men nodig heeft om op een menswaardige manier te kunnen deelnemen aan de samenleving.