De verdeling van de inkomens tijdens de crisisjaren in België

België is de financiële en daaropvolgende economische crisis goed doorgekomen. Onze val in BBP groei was beperkt, de welvaartsstaat trad op als buffer (onder meer via het stelsel van de tijdelijke werkloosheid) en de middenklasse bleef goed beschermd. In De Morgen besloot Ive Marx dan ook terecht dat de sociale impact van de crisis in ons land mild is gebleven.

Een dimensie die in de berichtgeving over de stabiele situatie van de middenklasse wat buiten beeld blijft is wat er is gebeurd aan de onder- en bovenkant van de inkomensverdeling: is de welvaartsstaat voor iederéén een buffer geweest, of zijn de hoge of lage inkomens als verliezers of winnaars uit de bus van de voorbije crisisperiode gekomen?

Lees verder De verdeling van de inkomens tijdens de crisisjaren in België

Kiezen tussen de pest en de cholera: over corruptie, Griekenland, en de FIFA

Cliëntelisme, patronage, corruptie: vanuit heel Europa weerklinkt het verwijt aan het adres van het Griekse politieke bestel klaar en duidelijk. Enkele weken geleden viel die twijfelachtige eer ook Sepp Blatter en zijn FIFA te beurt. De verontwaardiging is duidelijk, maar nauwelijks wordt bij het gebruik van die begrippen stil gestaan. Meer nog ontbreekt reflectie over de mogelijke oplossingen. Het is maar de vraag of de alternatieven die door de FIFA- en Griekenland-critici naar voren geschoven worden uiteindelijk te verkiezen vallen.

Voor alle duidelijkheid: dat Sepp Blatter door en door corrupt is, daar twijfelt geen weldenkend mens aan. Al van bij zijn allereerste verkiezing tot FIFA-voorzitter in 1998 zijn er talloze aanwijzingen voor omkoping, vriendjespolitiek, en het systematisch begunstigen van vertrouwelingen in ruil voor politieke steun. Zo verkocht hij de televisierechten voor het uitzenden van het WK van 2002 in de Carraïben aan een politiek bondgenoot voor de som van 1 dollar, en aan heel wat Afrikaanse en Aziatische bonden die financiële grote steun kregen werden opvallend weinig vragen gesteld over de besteding daarvan. Daarmee trad Blatter in de voetsporen van zijn voorganger, de Braziliaan João Havelange, die zich zowel bij de FIFA als bij het Internationaal Olympisch Comité met gunsten en geschenken van steun voorzag. Omgekeerd was hij zelf niet minder gesteld op het aanvaarden van geschenken in ruil voor mogelijke steun. Daarbij liet hij aan de Amsterdamse delegatie voor de toewijzing van de Olympische Spelen van 1992 bijvoorbeeld zijn voorkeur blijken voor allerhande kunstboeken, schilderijen en Delfts blauw, maar ook voor fietsen en andere sportartikelen, naast de ‘gewone’ diamanten.

Lees verder Kiezen tussen de pest en de cholera: over corruptie, Griekenland, en de FIFA

Hoe ongelijkheid kan ontstaan: het Mattheuseffect van sport tot kinderopvang

Recent mocht ik de loterij van mijn geboorte weer eens vieren en dat deed mij er aan denken dat niet alleen de plaats waar je wordt geboren een impact heeft op je latere levenskansen, maar ook je geboortedatum zelf. In veel competitiesporten heeft de maand waarin je wordt geboren een impact op je kansen om de top te bereiken, ongeacht je talent of je inspanning. Dat heet het relatieve leeftijdseffect; niet louter een aardig wist-je-datje maar vooral een illustratie dat sport helemaal niet zo’n meritocratisch karakter heeft als vaak wordt aangenomen. Daaruit vallen niet alleen lessen te trekken voor de organisatie van heel wat competitiesporten, maar ook voor de organisatie van de samenleving in het algemeen.

IJshockey

Laat ons het voorbeeld van ijshockey van naderbij bekijken. Geboren worden met het talent voor deze sport is een kwestie van geluk (als men een ijshockeyspeler wil worden, uiteraard). Maar er is meer aan de hand. In de jaren 1980 deed de Canadese psycholoog Roger Barnsley een verrassende ontdekking: een overgrote meerderheid van de professionele hockeyspelers bleek geboren te zijn in de eerste maanden van het jaar. Figuur 1 toont hoe spelers die geboren werden in de eerste drie maanden van het jaar oververtegenwoordigd waren in de topteams van elke competitie die in de analyse was opgenomen (de blauwe balkjes), een oververtegenwoordiging die niet verwacht kon worden op basis van de verdeling van de geboortemaanden van de jongeren die instroomden in deze sport.

Bron: Barnsley RH, Thompson AH (1988). Birthdate and success in minor hockey: The key to the N.H.L. Canadian Journal of Behavioral Science 20, 167-176

Lees verder Hoe ongelijkheid kan ontstaan: het Mattheuseffect van sport tot kinderopvang

Waarom het goed is dat Piketty tegenwind krijgt

Tijdens de afgelopen maanden viel er nauwelijks naast te kijken: de Franse econoom Thomas Piketty werd na het verschijnen van zijn ‘Le Capital au XXIe siècle’ gebombardeerd tot de nieuwe posterboy van de economie. Een jaar geleden verschenen in het Frans, in het Engels vertaald afgelopen winter, en bijna (tegen eind oktober) vertaald in het Nederlands, klom hij in tussentijd van volslagen onbekend bij niet-specialisten tot huishoudnaam, en heiland van de linkerzijde. Het boek in kwestie was nochtans een onwaarschijnlijke kandidaat als bestseller, met om en bij de 700 pagina’s waarin de evolutie van economische ongelijkheid in Westerse landen tijdens de laatste jaren uit de doeken gedaan werd.

Een lege hype?

Aanvankelijk was de impact groot: van de Wereldbank over het IMF, en het World Economics Forum in Davos; van Branko Milanovic, over Yves Leterme en Paul De Grauwe: plots bleek de waardering voor Piketty’s werk, en de aandacht voor ongelijkheid als één van de belangrijkste politieke uitdagingen van het moment door quasi iedereen aanvaard. Dat de eigenlijke verklaringen en beleidsmaatregelen die Piketty zelf naar voor schoof daarbij vaak genegeerd werden, was een prijs die velen daar graag voor wilden betalen.

Nu de eerste hype grotendeels uitgeraasd is, komt echter uit verschillende hoeken de kritiek aanwaaien. Zo was er het nieuwtje dat het boek waarschijnlijk de twijfelachtige eer toekomt de ‘meest ongelezen’ bestseller van de laatste jaren te zijn. Ook wordt steeds vaker ingezoomd op de wat lauwere ontvangst die het boek oorspronkelijk in thuisland Frankrijk te beurt gevallen was. In vergelijking daarmee leek de internationale hype toch wat buiten proportie. Belangrijker is wellicht dat hoewel Piketty aanvankelijk quasi unaniem geprezen werd, hij ondertussen steeds vaker neergezet wordt als in de eerste plaats een ‘darling of the left.’ Dat zet de deur open voor economen uit andere kanten van het ideologische spectrum om Piketty het vuur aan de schenen te leggen.

Zo dreigt de Piketty-hype een Piketty-debat te worden, en daar kan iedereen alleen maar beter van worden. Meer nog: de op de achtergrond smeulende onenigheid lijkt interessanter te gaan worden dan de aanvankelijke hetze zelf.

Lees verder Waarom het goed is dat Piketty tegenwind krijgt