Heeft de modale Vlaming twee (of meer) huizen?

In het kader van de veelbesproken tax shift ontspon zich onlangs een politieke discussie waarin de modale Vlaming centraal stond. Kris Peeters (CD&V) bond de kat de bel aan met het voorstel om de onroerende voorheffing te verhogen voor alle huizen die niet als gezinswoning dienen. Open-VLD en N-VA reageerden als door een wesp gestoken. “Je kunt wel mikken op dat ene procent van echte rijken, maar voor je het weet belast je weer de modale Vlaming”, wist Matthias Diependaele van N-VA. “Wie heeft zo’n tweede woning? Vaak gaat het om gepensioneerden die een huis of een appartement verhuren om hun eigen bescheiden pensioentje aan te vullen. Als je die mensen extra belast, tref je de verkeerde groep”, klonk het bij Bart Somers van Open VLD. Vreemd genoeg nam ook Peeters’ partijgenoot Koen Vandenheuvel min of meer afstand van het oorspronkelijke voorstel: “Veel Vlamingen bezitten een tweede woning, weinigen een derde, laat staan een veelvoud daarvan.”

Of een verschuiving van de belastingdruk naar onroerend goed wenselijk is, is in de eerste plaats een politieke en normatieve vraag. Of veel Vlamingen een tweede woning bezitten en dat een verhoging van de onroerende voorheffing voornamelijk de middenklasse zou treffen is echter een empirische vraag. Hoog tijd dus om de retoriek aan de werkelijkheid te toetsen.

Lees verder Heeft de modale Vlaming twee (of meer) huizen?